De VlinderstichtingVlindernet
Help de vlinders
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders

Nieuwsarchief

23 december 2015

Dagvlinderjaar 2015: net niet en net wel nieuwe soort


Oostelijke vos heeft het niet gered (foto: Kars Veling)
Zoals ook al gemeld werd in de jaaroverzichten van nachtvlinders en libellen was 2015 ook voor dagvlinders geen goed jaar. Wel waren er een aantal opvallende gebeurtenissen zoals het scheefbloemwitje die tot tweemaal toe werd gezien, blauwtjes die zich uitbreiden en de oostelijke vos die het niet gered heeft.

Al vanaf 1990 worden er op een vaste steeds dezelfde manier routes geteld van april tot en met september. Als we de gegevens uit dit meetnet bekijken blijkt dat 2015 een slecht jaar was. Van de afgelopen vijfentwintig jaar werden er maar in 3 jaar nog minder vlinders geteld. Het voorjaar, april en mei waren heel gewoon en er werden toen evenveel vlinders gezien als het langjarige gemiddelde. Ook in het voorjaar waren er plussen en minnen. Een voorjaarssoort als oranjetipje had een uitstekend jaar, maar het groentje bijvoorbeeld werd veel minder waargenomen dan normaal. Het grote verschil met het gemiddelde zat hem vooral in de zomer. In juli en augustus werden op de routes veel minder vlinders geteld. Het matig weer heeft daar zeker mee te maken.


Gemiddeld aantal vlinders per route 1992 - 2015 (voorlopig) (bron: NEM, Landelijk Meetnet Vlinders, De Vlinderstichting/CBS)

 
Oostelijke vos
In het voorjaar werd ook de oostelijke vos weer veel gemeld. Deze vlinder was in 2014 ons land binnengekomen en veel vlinders hebben hier overwinterd en kwamen in het voorjaar tevoorschijn. De hoop was dat er voortplanting zou plaatsvinden en dat we in de zomer weer verse vlinders zouden tegenkomen, maar helaas is dat niet gelukt.
 

Opmerkelijke dagvlinders 2015 v.l.n.r. oostelijke vos, staartblauwtje, scheefbloemwitje & tijgerblauwtje (foto's: Pieter Vantieghem & Kars Veling)

 
Staartblauwtje
Een andere vlinder die pas kort in ons land is plant zich hier wel voort en lijkt zich ook voorzichtig uit te breiden. Er werden op meer dan tien locaties staartblauwtjes gevonden. Dit blauwtje heeft rode klaver als waardplant en die is natuurlijk verspreid in het hele land aanwezig. Het zou dan ook maar zo kunnen dat over een jaar of twintig het staartblauwtje tot de regelmatig voorkomende soorten gerekend kan worden.

Tijgerblauwtje
Voor het tijgerblauwtje zal dat waarschijnlijk niet lukken, want de winters zijn hier nog te koud (normaal gesproken dan). We waren er dit jaar veel meldingen van zwervende vlinders vanuit het zuiden en ook werden er eitjes afgezet op brede lathyrus in een tuin. De ontwikkeling is gevolgd tot en met de pop, maar helaas is deze niet uitgekomen.
 

V.l.n.r. groot koolwitje, scheefbloemwitje & klein koolwitje (foto's: Marlie Huskens & Kars Veling)

 
Scheefbloemwitje
Het meest spectaculair was wel de binnenkomst van het scheefbloemwitje. In september ontdekte Pieter Vantieghem een exemplaar bij Maastricht. Door alle publiciteit eromheen gingen veel mensen nog even hun fotocollectie door en Marlie Huskens vond een foto van een scheefbloemwitje van 22 juli die ze in haar tuin in Posterholt had gefotografeerd. Volgend jaar zal zeer gericht worden gezocht en mogelijk dat de soort al op meer plekken in Nederland aanwezig is. De waardplant scheefbloem staat veel in (rots)tuinen en wie weet hoe wijd verbreid de soort al is.
 
Terug naar het nieuwsarchief »

De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen