De VlinderstichtingVlindernet
Help de vlinders
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders

Nieuwsarchief

20 mei 2016

Rups heideblauwtje vinden? Let op mieren


Rups heideblauwtje (foto: Bert van Rijsewijk)
Vlinders zie je vaak op de bloemen, maar dat wil niet zeggen dat ze ook op die plaats uit het ei zijn gekropen. Bij oranjetipjes is het vaak wel duidelijk: die gebruiken pinksterbloemen en look-zonder-look zowel als nectarplant als voedselplant voor de rupsen. Bij mobiele soorten als citroenvlinders kunnen die twee vele kilometers uit elkaar liggen. Hoe zit dat bij heideblauwtjes?

Het voorjaar is voor veel soorten dé tijd om meer over de rupsenplekken te weten te komen. Bij het heideblauwtje lijkt het allemaal ook voor de hand te liggen. De vlinders foerageren veel op dophei en de rupsen zitten ook op heideplanten, hoewel dat meestal struikhei is. Daarvan worden vooral de meest voedzame jonge scheuten gegeten, zoals vlinderecoloog van het eerste uur Frits Bink al 30 jaar geleden uitvond. Maar niet alle heideplanten zijn hetzelfde en in een heideveld zijn er heel erg veel heideplanten. Dus waar zitten de rupsen nou echt? En van welk beheer profiteren ze het meest?

Het duurde een uur voor de eerste rups werd gevonden (foto: Michiel Wallis de Vries)
Met die vragen in het achterhoofd is vorige week bij natuurgebied Kampina een zoekactie gestart. We begonnen op een jong heideveld dat zich sinds 1999 voorspoedig heeft ontwikkeld op voormalige landbouwgrond, na het afgraven van de voedselrijke bovengrond. Vrijwilligers Bert en Riet van Rijsewijk telden hier vorig jaar maar liefst 5000 heideblauwtjes – als vlinder dan. Ooit hadden ze ook twee rupsen gevonden, maar na een uur te hebben gezocht vroegen we ons nu af of dat wel weer zou lukken. Maar ineens was het raak: op een forse mierenbult met jong struikhei zat een rupsje van hooguit drie millimeter. Daarna volgden er in korte tijd nog zeven rupsen.
 
Een mier bij de rups van heideblauwtje (foto: Michiel Wallis de Vries)
De truc bleek eruit te bestaan om goed op de mieren te letten. Heideblauwtjes leven als rups in symbiose met wegmieren. De rupsen scheiden overtollige suikers uit waar de mieren verzot op zijn en de mieren leveren bescherming tegen mogelijke belagers. Als je wegmieren tussen de struikhei ziet rond krioelen, dan is er dus een kans dat daar een rupsje zit. Blijkbaar waren ze nog niet al te lang uit het ei. Deze week wordt het werk door een studente voortgezet en bleken de rupsen al flink te zijn gegroeid. Zowel bruine als groene vormen komen voor. Nu is alleen nog de vraag of we ze ook op de grote stille heide weten te vinden…
 
Terug naar het nieuwsarchief »

De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen