De VlinderstichtingVlindernet
Help de vlinders
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders

uilen - NOCTUIDAE

De familie van de uilen is de grootste vlinderfamilie in Nederland; veel soorten zijn te herkennen aan de karakteristieke uilvlekken: niervlek, ringvlek en tapvlek.

Grootste familie macronachtvlinders

De familie van de uilen is met meer dan 350 soorten de grootste familie binnen de Nederlandse macrovlinders. Wereldwijd zijn bijna 11.800 soorten beschreven en deze familie is in elk continent goed vertegenwoordigd. De meeste in Nederland voorkomende uilen zijn middelgroot, stevig gebouwd en hebben relatief lange, vaak bruinachtige vleugels. Een uitzondering hierop vormen onder andere de Hypena-soorten, die meer weg hebben van de spanners. Ook de paddenstoeluil (Parascotia fuliginaria) lijkt qua bouw en rusthouding zoveel op een spanner, dat hij daar vaak mee verward wordt. Klik hier voor meer informatie over de uiterlijke kenmerken van de uilen.
 

Onderfamilies


jota-uil (Autographa jota)
Foto: Jeroen Voogd
De familie van de uilen is ingedeeld in 26 onderfamilies. Enkele onderfamilies zijn de Noctuinae (met onder andere de Agrotis-, Noctua-, Diarsia- en Xestia-soorten), de Cuculiinae (met onder andere de Cucullia- en Shargacucullia-soorten), de Plusiinae (met onder andere de Plusia- en Autographa-soorten) en de Hadeninae (met zeer veel soorten, waaronder de Apamea,- Conistra-, Lacanobia-, Orthosia- en Mythimna-soorten).
 

Herkenning


gewone worteluil (Agrotis exclamationis)
Enumatil - 17 juni 2009
Foto: Bob van de Dijk
De meeste uilen houden in rusthouding de vleugels (vaak enigszins of zelfs sterk) dakvormig boven het lichaam gevouwen, waarbij de beide voorvleugels met de binnenrand tegen elkaar liggen of elkaar enigszins overlappen. Vlinders van de onderfamilie Noctuinae hebben doorgaans smalle vleugels die in rust horizontaal boven het lichaam worden gehouden en elkaar sterk overlappen. Hierdoor lijken deze soorten smaller dan ze in werkelijkheid zijn en zijn ze in staat om zich tussen verticale plantenstengels en grashalmen te laten glijden. In open grasvegetaties, waar ze vaak voorkomen, kunnen ze zich op die manier goed verbergen.

De meeste soorten uilen zijn goed te herkennen aan de zogenoemde uilvlekken in het midden van de voorvleugel: de boonvormige niervlek met een binnenste en een buitenste lob, de meestal ronde ringvlek en de vaak langwerpige tapvlek; deze laatste is niet bij alle uilen even duidelijk aanwezig. De vorm, kleur en grootte van deze vlekken zijn vaak goede kenmerken om verwante soorten uit elkaar te houden.
 

Krachtige vliegers

Uilen zijn over het algemeen krachtige en wendbare vliegers die vooral ’s nachts actief zijn; het merendeel van de trekvlinders behoort dan ook tot deze familie. Deze lange-afstandsvliegers moeten regelmatig bijtanken en voeden zich met nectar, sap van bomen en honingdauw. Veel uilen komen ook graag op smeer.
 

huismoeder (Noctua pronuba) op smeer
Foto: Jeroen Voogd

 

Eieren, rupsen en poppen


rups van de groente-uil (Lacanobia oleracea)
Foto: Jeroen Voogd
De rupsen van de meeste soorten uilen zijn onbehaard; een uitzondering hierop vormen de kleurige en harige rupsen van de Acronicta-soorten. De meeste rupsen hebben vier paar buikpoten en een paar naschuivers; er zijn echter ook soorten waarvan de rupsen slechts twee of drie paar buikpoten hebben (veelal zijn de afwezige buikpoten rudimentair aanwezig).
Over het algemeen foerageren de uilenrupsen op bladeren, stengels of wortels van grassen en kruidachtige planten. Sommige soorten voeden zich met bladeren van bomen en struiken; dit zijn vaak soorten die als ei overwinteren en waarvan de rupsen uitkomen op het moment dat er in het voorjaar nieuwe bladeren aan de bomen groeien. De meeste uilen hebben één generatie per jaar.
De verpopping vindt meestal plaats in de grond of in de strooisellaag; ook zijn er soorten waarvan de rupsen zich verpoppen in vermolmd hout of plantenstengels. Soorten die leven op bomen en struiken verpoppen zich vaak in een cocon die vastgehecht wordt aan een blad of aan de stam.
 

rups van het bont schaapje (Acronicta aceris)
Foto: Jeroen Voogd

 
Laatste wijziging: 23 januari 2012
Meer over deze familie:

gelijnde silene-uil (Sideridis reticulata)
Foto: Jeroen Voogd
bruine granietuil (Crypsedra gemmea)
Foto: Jeroen Voogd
bonte grasuil (Cerapteryx graminis)
Foto: Jeroen Voogd
bonte worteluil (Agrotis vestigialis)
Foto: Jeroen Voogd
donkere iepenuil (Cosmia affinis)
Foto: Jeroen Voogd
rups van het roodbont heide-uiltje (Anarta myrtilli)
Foto: Hans van Oosterhout
rups van de kompassla-uil (Hecatera dysodea)
Foto: Jeroen Voogd


De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen