
uilen - NOCTUIDAEDe familie van de uilen is de grootste vlinderfamilie in Nederland; veel soorten zijn te herkennen aan de karakteristieke uilvlekken: niervlek, ringvlek en tapvlek. Grootste familie macronachtvlindersDe familie van de uilen is met meer dan 350 soorten de grootste familie binnen de Nederlandse macrovlinders. Wereldwijd zijn bijna 11.800 soorten beschreven en deze familie is in elk continent goed vertegenwoordigd. De meeste in Nederland voorkomende uilen zijn middelgroot, stevig gebouwd en hebben relatief lange, vaak bruinachtige vleugels. Een uitzondering hierop vormen onder andere de Hypena-soorten, die meer weg hebben van de spanners. Ook de paddenstoeluil (Parascotia fuliginaria) lijkt qua bouw en rusthouding zoveel op een spanner, dat hij daar vaak mee verward wordt. Klik hier voor meer informatie over de uiterlijke kenmerken van de uilen.Onderfamilies![]() jota-uil (Autographa jota) Foto: Jeroen Voogd Herkenning![]() gewone worteluil (Agrotis exclamationis) Enumatil - 17 juni 2009 Foto: Bob van de Dijk De meeste soorten uilen zijn goed te herkennen aan de zogenoemde uilvlekken in het midden van de voorvleugel: de boonvormige niervlek met een binnenste en een buitenste lob, de meestal ronde ringvlek en de vaak langwerpige tapvlek; deze laatste is niet bij alle uilen even duidelijk aanwezig. De vorm, kleur en grootte van deze vlekken zijn vaak goede kenmerken om verwante soorten uit elkaar te houden. Krachtige vliegersUilen zijn over het algemeen krachtige en wendbare vliegers die vooral ’s nachts actief zijn; het merendeel van de trekvlinders behoort dan ook tot deze familie. Deze lange-afstandsvliegers moeten regelmatig bijtanken en voeden zich met nectar, sap van bomen en honingdauw. Veel uilen komen ook graag op smeer.Eieren, rupsen en poppen![]() rups van de groente-uil (Lacanobia oleracea) Foto: Jeroen Voogd Over het algemeen foerageren de uilenrupsen op bladeren, stengels of wortels van grassen en kruidachtige planten. Sommige soorten voeden zich met bladeren van bomen en struiken; dit zijn vaak soorten die als ei overwinteren en waarvan de rupsen uitkomen op het moment dat er in het voorjaar nieuwe bladeren aan de bomen groeien. De meeste uilen hebben één generatie per jaar. De verpopping vindt meestal plaats in de grond of in de strooisellaag; ook zijn er soorten waarvan de rupsen zich verpoppen in vermolmd hout of plantenstengels. Soorten die leven op bomen en struiken verpoppen zich vaak in een cocon die vastgehecht wordt aan een blad of aan de stam. Laatste wijziging: 23 januari 2012 |
Meer over deze familie:
![]() gelijnde silene-uil (Sideridis reticulata)
Foto: Jeroen Voogd ![]() bruine granietuil (Crypsedra gemmea)
Foto: Jeroen Voogd ![]() bonte grasuil (Cerapteryx graminis)
Foto: Jeroen Voogd ![]() bonte worteluil (Agrotis vestigialis)
Foto: Jeroen Voogd ![]() donkere iepenuil (Cosmia affinis)
Foto: Jeroen Voogd ![]() rups van het roodbont heide-uiltje (Anarta myrtilli)
Foto: Hans van Oosterhout ![]() rups van de kompassla-uil (Hecatera dysodea) Foto: Jeroen Voogd |
||






