De VlinderstichtingVlindernet
Help de vlinders
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders

wespvlinders - SESIIDAE

Hoewel deze familie tot de nachtvlinders behoort, vliegen wespvlinders vaak overdag bij zonnig weer.


hoornaarvlinder (Sesia apiformis)
Foto: Dini Hurenkamp
Wereldwijd zijn er bijna 1400 soorten wespvlinders; uit Nederland zijn 13 soorten bekend. Ze hebben heel smalle voorvleugels en tamelijk smalle achtervleugels met grote doorzichtige velden; het lichaam is zwart met rode of gele banden. De sterke gelijkenis met wespen beschermt hen waarschijnlijk tegen predatoren. In vlucht is het moeilijk om wespvlinders als zodanig te herkennen. Zittend of eenmaal gevangen kunnen ze goed van wespen worden onderscheiden door de donkere band of vlek op de voorvleugel, waaruit een groot aantal aders ontspringt. Ook zijn de kop en de ogen veel kleiner.
 
De vlinders vliegen vooral bij zonnig weer. Ze worden echter gemakkelijk over het hoofd gezien. Een manier om boombewonende soorten te vinden is het afzoeken van de stam van de waardplant op verse exemplaren. Aan het begin van de ochtend is de trefkans het grootst, want eenmaal opgewarmd door de zon zwermen ze al gauw uit.
 

Mannetje eikenwespvlinder (Synanthedon vespiformis); herkenbaar aan de verspreid liggende gele dwarsbanden op het achterllijf.
Foto: Twan Martens
De meeste wespvlinders hebben een functionele roltong en bezoeken bloemen. Bloembezoekende soorten worden soms met sleepnetten of in malaisevallen gevangen tijdens onderzoek naar andere insecten. De mannetjes vliegen rond de waardplant, op zoek naar onbevruchte vrouwtjes. De vrouwtjes worden geregeld bij de waardplant aangetroffen tijdens het afzetten van de eitjes. Tegenwoordig wordt ook veel gebruik gemaakt van feromoonpreparaten als inventarisatiemethode. Hierdoor kan aanwezigheid van wespvlinders aanzienlijk sneller en efficiënter vastgesteld worden en het blijkt nu dat sommige soorten meer verbreid en in grotere aantallen voorkomen dan op basis van eerdere waarnemingen het geval leek.
 

eieren, rupsen en poppen

De eieren worden gewoonlijk afzonderlijk afgezet, vaak op pas afgezaagde boomstronken, wondweefsel of andere beschadigingen in de bast, maar ook op bladeren van kruidachtige planten.
De rupsen van wespvlinders leven als boorders in de waardplant. Ze leven in stammen, wortels, takken of twijgen, waarbij ze gangen maken die gewoonlijk sporen van spinsel vertonen. Hiermee onderscheiden ze zich van boorders uit andere insectengroepen. Soms verraden ze hun aanwezigheid door het naar buiten werken van houtpoeder uit de openingen in de waardplant of door het veroorzaken van zwellingen (gallen). De rupsen van soorten die diep in hout leven zijn nauwelijks te vinden zonder de bomen te beschadigen. De rupsen van soorten die in twijgen leven zijn gemakkelijker te vinden en kunnen worden uitgekweekt door de twijg mee te nemen. Kruidbewonende soorten kunnen gevonden en uitgekweekt worden door (delen van) de waardplant uit te graven en mee te nemen. De rupsen hebben vaak een sterke voorkeur voor slecht groeiende, geïsoleerd staande planten op verstoorde grond, met name aan de randen van paden en karrensporen.
 

Foto: Jeroen Voogd
pop van de eikenwespvlinder (Synanthedon vespiformis)
De levenscyclus van houtbewonende soorten neemt één tot vier jaar in beslag, soorten die in kruiden leven zijn doorgaans eenjarig. De pop wordt gevormd in een vezelachtige cocon in de gang net onder het oppervlak van de bezette stam, wortel of tak, achter een door de rups van tevoren gemaakte afsluiting van het gat. De rups laat hiervoor een flinterdun laagje ‘schors’ staan, dat te vinden is door voorzichtig over de buitenkant van de stengel te schrapen. Er zijn echter ook soorten die zich verpoppen zonder cocon en waarvan de poppen zich in hun gang kunnen bewegen. Deze soorten kunnen gemakkelijk uitgekweekt worden door voorzichtig het gedeelte van de plant waarin de pop zich bevindt af te snijden. Bij soorten die in de grond leven wordt soms een zijdeachtige buis naar het oppervlak gemaakt. Voortplantingsplaatsen kunnen het best gevonden worden door op stammen en takken te zoeken naar lege poppen, die daar bij het begin van het vliegseizoen achterblijven en wekenlang kunnen blijven zitten.
 
Laatste wijziging: 23 januari 2012
Meer over deze familie:

Foto: Edo Goverse
klaverwespvlinder (Bembecia ichneumoniformis)
Foto: John Arntz
wilgenwespvlinder (Synanthedon formicaeformis)
Foto: Martijn van Liere
appelglasvlinder (Synanthedon myopaeformis)
Foto: Corry van Elzelingen
berkenglasvlinder (Synanthedon culiciformis)
Foto: Jeroen Voogd
rups van de eikenwespvlinder (Synanthedon vespiformis)
Foto: Jeroen Voogd
pop van de bessenglasvlinder (Synanthedon tipuliformis)


De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen