De VlinderstichtingVlindernet
Help de vlinders
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders
vorige  |  volgende
aardbeivlinder  (Pyrgus malvae)

De aardbeivlinder vliegt vooral in de maand mei en is te herkennen aan het witte ‘kiesje’ op de achtervleugel.

Familie

dikkopjes (HESPERIIDAE)
meer informatie over deze familie »


Let bij het determineren van deze soort altijd goed op de gelijkende soorten.




Kenmerken

Voorvleugellengte: circa 11 mm. De bovenkant van de vleugels van dit kleine dikkopje is donkerbruin met veel scherp afgezette, witte vlekken; langs de achterrand van zowel de voor- als de achtervleugel bevindt zich een rij kleine, grijze vlekken. Het meest opvallende kenmerk is een scherpe witte vierkante vlek met een driehoekige insnijding op de bovenkant van de achtervleugel ('kiesje'). De onderkant van de achtervleugel is lichtbruin; de grote witte vlekken staan in een rij maar vormen geen aaneengesloten band.

Gelijkende soorten

Het kalkgraslanddikkopje heeft een geordende rij vlekken langs de achterrand. Zie ook het bretons spikkeldikkopje.

Voorkomen

Een zeldzame standvlinder die zeer lokaal voorkomt. De belangrijkste populaties bevinden zich in De Wieden, op de Hoge Veluwe, in de Amsterdamse Waterleidingduinen en aan de randen van het Bargerveen. Daarnaast enkele kleine populaties, bijvoorbeeld op Schiermonnikoog, en in Salland en Twenthe.

Habitat

Zowel droge als vochtige terreinen met een afwisseling van lage en hoge vegetaties.

Waardplanten

Vooral tormentil (in het binnenland) en dauwbraam (in de duinen).

Vliegtijd en gedrag

Begin mei-half juni in één generatie. De vlinders voeden zich met nectar van verschillende kruiden; soms zijn ze ook te vinden op bramen in de bosrand. De mannetjes verdedigen een territorium vanaf een hoge plek, zoals een grashalm of een bloemknop.

Levenscyclus

Rups: begin augustus-half mei. De jonge rups spint een kokertje door een blad naar boven te vouwen; grotere rupsen spinnen meerdere bladeren samen tot een soort kokertje. De rupsen eten meestal in de avond en in de vroege ochtend. De verpopping vindt plaats in een losse cocon in de kruidlaag; de soort overwintert als pop. De eieren worden afgezet op jonge planten in lage vegetatie aan de onderkant van een blad (één eitje per blad).

Laatste wijziging: 27 september 2016


De kaartjes en diagrammen van de dagvlinders op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) die is samengesteld uit waarnemingenbestanden van onder andere:

N.B. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op de betreffende locatie niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel is waargenomen, maar dat een ingevoerde waarneming nog niet is gevalideerd.
Meer over deze soort:
Foto: Bernard Fransen; collectie Jaap Poot
bovenkant
Foto: Gert Gelmers
Rouveen - 25 april 2009
Foto: Jack Pouw
ongeveer 1,5 cm
Bargerveen - 13 juli 2009
 naar fotoalbum »


De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen