De VlinderstichtingVlindernet
Help de vlinders
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders
vorige  |  volgende
geelsprietdikkopje  (Thymelicus sylvestris)

Veel waarnemingen van het geelsprietdikkopje berusten waarschijnlijk op een verkeerde determinatie; vermoedelijk is de soort zeldzamer dan het verspreidingskaartje laat zien.

Familie

dikkopjes (HESPERIIDAE)
meer informatie over deze familie »


Deze soort is moeilijk tot zeer moeilijk te determineren. Let dus altijd goed op de gelijkende soorten. Soms is genitaliën-
onderzoek nodig voor een zekere determinatie.




Kenmerken

Voorvleugellengte: 12-15 mm. De vleugels zijn lichtbruin tot geel zonder tekening op de bovenkant van de vleugels. De geurstreep van het mannetje loopt niet evenwijdig aan de aders op de voorvleugel. Op de onderkant van de voorvleugel heeft de vleugelpunt vaak een andere kleur (groenbruin) dan de rest van de vleugel. De onderkant van de sprietknop is geelbruin. Raadpleeg onze determinatiehulp voor meer details.

Gelijkende soorten

Bij het zwartsprietdikkopje is de onderkant van de sprietknop zwart; bovendien loopt de geurstreep van het mannetje evenwijdig aan de aders op de voorvleugel.
Zie ook de arikelen op de pagina Meer lezen over deze soort. Raadpleeg onze determinatiehulp voor meer details.

Voorkomen

Een vrij schaarse standvlinder die vooral voorkomt in het oosten van het land (vooral Drenthe, de Veluwe en Zuid-Limburg); in de duinen en op kleigrond schaars. Het verspreidingsbeeld wordt gedeeltelijk vertroebeld door verkeerde determinaties (vaak verwarring met het zwartsprietdikkopje).

Habitat

Vooral ruige graslanden en bossen; ook moerassen en rietlanden.

Waardplanten

Diverse breedbladige grassoorten die al in het voorjaar voedzame scheuten hebben, zoals geknikte vossestaart, gestreepte witbol, gladde witbol, timoteegras en pijpenstrootje.

Vliegtijd en gedrag

Van half juni tot eind augustus in één generatie. De vlinders zijn vaak nectardrinkend te zien op akkerdistel, gewone braam en gewone rolklaver. De mannetjes vertonen territoriaal gedrag door vanaf een bloem indringers te verjagen.

Levenscyclus

Rups: van half augustus tot eind juni. De eiafzetting vindt plaats in rijen in de schede van grasbladeren of in bloeiaren. De soort overwintert als pas uitgekomen, nuchtere rups in een individueel coconnetje.

Laatste wijziging: 3 augustus 2015


De kaartjes en diagrammen van de dagvlinders op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) die is samengesteld uit waarnemingenbestanden van onder andere:

N.B. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op de betreffende locatie niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel is waargenomen, maar dat een ingevoerde waarneming nog niet is gevalideerd.

De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen