De VlinderstichtingVlindernet
Help de vlinders
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders
vorige  |  volgende
grote vuurvlinder  (Lycaena dispar)

De grote vuurvlinder die in Nederland voorkomt is de ondersoort batava; buiten Nederland komt deze ondersoort nergens voor.

Familie

blauwtjes (LYCAENIDAE)
meer informatie over deze familie »


Deze soort is goed tot redelijk goed te determineren, ook voor een serieuze beginner.




Kenmerken

Voorvleugellengte: circa 21 mm. De bovenkant van de vleugels is bij het mannetje glanzend oranje met op de voorvleugel twee zwarte vlekjes. Bij het vrouwtje is de bovenkant van de voorvleugel oranje met zwarte vlekken; de bovenkant van de achtervleugel is bruin en heeft een oranje band langs de achterrand. De grondkleur van de onderkant van de achtervleugel is lichtblauw, een karakteristiek kenmerk dat bij geen enkele andere vuurvlinder voorkomt.

Gelijkende soorten

Bij het morgenrood is de onderkant van de achtervleugel lichtbruin met opvallende witte vlekjes. Zie ook de kleine vuurvlinder en de rode vuurvlinder.

Voorkomen

Een uiterst zeldzame standvlinder die uitsluitend voorkomt in drie laagveengebieden in Noordwest-Overijssel en Zuidoost-Friesland: De Weerribben, De Wieden en de Rottige Meente. In Nederland vliegt de ondersoort batava, die nergens anders ter wereld voorkomt.

Habitat

Laagveenmoeras; het is noodzakelijk dat een grote oppervlakte moerasgebied aanwezig is met een mozaiek van ijl veenmosrietland, rietland en hooiland.

Waardplanten

Waterzuring.

Vliegtijd en gedrag

Begin juli-half augustus in één generatie. De vlinders besteden relatief weinig tijd aan het zoeken van nectar; de belangrijkste nectarplanten zijn grote kattenstaart en kale jonker. Het mannetje verdedigt een territorium vanaf een alleenstaande plantenstengel en maakt geregeld patrouillevluchten.

Levenscyclus

Rups: eind juli-begin juli. De rupsen eten eerst van het bladweefsel aan de onderkant van de bladeren en veroorzaken daardoor zogenoemde 'vensters'. Grotere rupsen eten vooral van de bovenzijde van het blad. De rupsen hebben een voorkeur voor jonge gave bladeren. De soort overwintert als halfvolgroeide rups tussen verdorde bladeren of in de mos- en strooisellaag aan de voet van de waardplant. De verpopping vindt plaats op de waardplant. De eitjes zijn rond en plat met zes of zeven stervormige ribbels en zijn te vinden op bovenzijde van waterzuringbladeren langs een waterkant of op de overgang van ijl veenmosrietland naar rietland of hooiland.

Laatste wijziging: 1 juni 2013


De kaartjes en diagrammen van de dagvlinders op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) die is samengesteld uit waarnemingenbestanden van onder andere:

N.B. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op de betreffende locatie niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel is waargenomen, maar dat een ingevoerde waarneming nog niet is gevalideerd.
Meer over deze soort:
Foto: Bernard Fransen; collectie Jaap Poot
mannetje, bovenkant
Foto: Mark Grutters
Weerribben - 14 juli 2007
Foto: Bert van Rijsewijk
Weerribben - 5 augustus 2009
 naar fotoalbum »


De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen