De VlinderstichtingVlindernet
Help de vlinders
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders
vorige  |  volgende
kleine vuurvlinder  (Lycaena phlaeas)

De kleine vuurvlinder vliegt in drie generaties en is vooral te vinden bij schrale graslanden.

Familie

blauwtjes (LYCAENIDAE)
meer informatie over deze familie »


Deze soort is goed tot redelijk goed te determineren, ook voor een serieuze beginner.




Kenmerken

Voorvleugellengte: circa 13 mm. De bovenkant van de vleugels is oranje met onregelmatige zwarte vlekken, zonder violette glans. De onderkant van de achtervleugel is grijsbruin met kleine vlekjes; de oranje achterrandvlekken zijn niet scherp zwart afgezet en soms zelfs zeer onduidelijk. Deze zeer eenvoudig getekende onderkant van de achtervleugel is het meest onderscheidend kenmerk ten opzichte van de andere vuurvlinder-soorten. Bij het vrouwtje zijn de zwarte vlekken op de onderkant van de voorvleugel groot en ongeordend. De onderkant van de achtervleugel is bij het vrouwtje grijsbruin met kleine zwarte vlekjes; alleen op de achtervleugel bevinden zich oranje achterrandvlekken, die diffuus en niet zwart afgezet zijn. Soms ontbreken deze oranje achterrandvlekken en ook komen vrouwtjes voor met kleine blauwe vlekken op de bovenkant van de achtervleugel. In Nederland worden ieder jaar enkele vlinders gezien waarbij het oranje is vervangen door lichtgeel of wit.

Gelijkende soorten

Bij de grote vuurvlinder is de onderkant van de achtervleugel lichtblauw met een oranje band langs de achterrand. De bruine vuurvlinder heeft veel zwarte stippen op de onderkant van de achtervleugel.
Let op: in het voorjaar vliegende exemplaren kunnen verward worden met de oranje berkenspanner, een overdag vliegende nachtvlinder.

Voorkomen

Een algemene standvlinder die verspreid over het hele land voorkomt; meestal niet in grote aantallen.

Habitat

Vrij open en meestal droge gebieden, zoals schrale plekken op de zandgronden in graslanden, heidevelden, kapvlakten, duinen, braakliggende gronden, tuinen en bermen; ook schrale graslanden in moerassen en op vochtige heiden.

Waardplanten

Vooral schapenzuring; soms veldzuring.

Vliegtijd en gedrag

Eind april-half juni, eind juni-begin oktober en begin september-eind oktober in drie generaties. De derde generatie varieert van jaar tot jaar sterk in omvang.

Levenscyclus

Rups: half augustus-half mei en eind mei-begin juli. De rups is meestal te vinden op de onderkant van een blad. Omdat een dun laagje van de onderkant van het blad wordt weggevreten zijn bezette bladeren vaak goed herkenbaar door doorvallend licht. De soort overwintert als halfvolgroeide rups in de strooisellaag. De verpopping vindt plaats onder of tussen de bladeren van de waardplant of in de strooisellaag.

Laatste wijziging: 27 maart 2015


De kaartjes en diagrammen van de dagvlinders op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) die is samengesteld uit waarnemingenbestanden van onder andere:

N.B. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op de betreffende locatie niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel is waargenomen, maar dat een ingevoerde waarneming nog niet is gevalideerd.
Meer over deze soort:
Foto: Bernard Fransen; collectie Jaap Poot
mannetje, bovenkant
Foto: Marian Schut
Hoge Veluwe - 31 juli 2008
Foto: Bert van Rijsewijk
 naar fotoalbum »

filmpje
kleine vuurvlinder


De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen