De VlinderstichtingVlindernet
Help de vlinders
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders
vorige  |  volgende
roomkleurige stipspanner  (Scopula floslactata)

Op de achtervleugel van de roomkleurige stipspanner is een duidelijke zwarte middenstip aanwezig.

Familie

spanners (GEOMETRIDAE)
meer informatie over deze familie »


Deze soort is moeilijk tot zeer moeilijk te determineren. Let dus altijd goed op de gelijkende soorten. Soms is genitaliën-
onderzoek nodig voor een zekere determinatie.




Kenmerken

Voorvleugellengte: 13-16 mm. De roomkleurige vleugels zijn fijn bespikkeld met donkere schubjes. Van de lichtbruine tot grijsbruine gegolfde centrale dwarslijnen is de buitenste dwarslijn het meest scherp afgetekend, en daarbij opvallend grillig getand. De middelste dwarslijn is ook duidelijk, maar iets minder scherp afgetekend en gelijkmatiger verlopend. De binnenste dwarslijn is vaag of nauwelijks zichtbaar. De voorvleugel is tamelijk puntig. De achterrand van de achtervleugel loopt min of meer rond en mist een puntig uitsteeksel. Op de achtervleugel is een kleine, maar wel goed waarneembare zwarte middenstip aanwezig; op de voorvleugel is de middenstip doorgaans vaag of afwezig. De franjelijn is vaak zonder tekening, soms zichtbaar als een rij stipjes of streepjes.

Gelijkende soorten

De crème stipspanner (S. ternata) heeft geen donkere middenstip en de dwarslijnen zijn vaak onduidelijk, vooral bij het mannetje. Bij de bruine grijsbandspanner (Cabera exanthemata) ontbreekt de knik in de voorrand, lopen de dwarslijnen anders en zijn bij het mannetje de antennen geveerd. Zie ook de zwartstipspanner (S. nigropunctata), de moerasstipspanner (S. corrivalaria) en de bosspanner (S. immutata).

Klik hier voor gedetailleerde verschillen met illustraties tussen zeven Scopula- en drie Idaea-soorten.

Voorkomen

Vrij algemeen. Komt vooral voor op de zandgronden in het binnenland en in de duinen. RL: niet bedreigd.

Habitat

Loofbossen, struwelen en ruige vochtige graslanden; soms tuinen.

Waardplanten

Diverse kruidachtige planten.

Vliegtijd en gedrag

Begin mei-begin augustus in één generatie. De vlinders worden vaak opgejaagd vanuit heggenstruwelen, onderbegroeiing en laag hangende takken. Ze komen in kleine aantallen op licht.

Levenscyclus

Rups: juni-april. De soort overwintert als volgroeide rups en verpopt zich in losse aarde.

Laatste wijziging: 4 november 2015


De kaartjes en diagrammen van de nachtvlinders op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen uit 'Noctua', het gegevensbestand van De Vlinderstichting en de Werkgroep Vlinderfaunistiek, dat is samengesteld uit waarnemingenbestanden van onder andere:

N.B. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op de betreffende locatie niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel is waargenomen, maar dat een ingevoerde waarneming nog niet is gevalideerd, of dat we van die plek (nog) geen waarnemingen voor Noctua ontvangen hebben.
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie Naturalis Biodiversity Center Leiden
Foto: Mirriam Arts
Tungelerwallen - 2 juni 2010
 naar fotoalbum »


De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen