De VlinderstichtingVlindernet
Help de vlinders
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders
vorige  |  volgende
bosspanner  (Scopula immutata)

De zwarte middenstip is altijd aanwezig op de achtervleugel van de bosspanner; op de voorvleugel kan deze ontbreken.

Familie

spanners (GEOMETRIDAE)
meer informatie over deze familie »


Deze soort is moeilijk tot zeer moeilijk te determineren. Let dus altijd goed op de gelijkende soorten. Soms is genitaliën-
onderzoek nodig voor een zekere determinatie.




Kenmerken

Voorvleugellengte: 12-13 mm. Het mannetje van de bosspanner heeft draadvormige antennen en tamelijk afgeronde roomwitte vleugels die een min of meer gele zweem kunnen hebben. De vleugels zijn meestal dun bestrooid zijn met zwarte schubben. De lichtbruine dwarslijnen zijn vaak ook iets geelachtig. Ze hebben een licht gegolfd en gebogen verloop, en meestal springt geen van de lijnen eruit qua duidelijkheid; het meest onduidelijk is de binnenste dwarslijn. Bij het vrouwtje is de grondkleur aanzienlijk witter, de tekening contrastrijker en de voorvleugel puntiger. Op de achtervleugel is altijd een duidelijke zwarte middenstip
aanwezig. De middenstip op de voorvleugel kan net zo duidelijk zijn als op de achtervleugel, maar is soms vaag of afwezig. Opvallend bij deze soort is de donkere franje. Een duidelijke franjelijn is afwezig, soms zijn vaag stipjes zichtbaar.

Gelijkende soorten

De roomkleurige stipspanner (S. floslactata) is meestal groter en vertoont een duidelijke knik in de voorrand nabij de vleugelpunt; verder zijn de dwarslijnen bij de deze soort grilliger. Zie ook de zwartstipspanner (S. nigropunctata), de witroze stipspanner (S. emutaria), de moerasstipspanner (S. corrivalaria) en de crème stipspanner (S. ternata).

Klik hier voor gedetailleerde verschillen met illustraties tussen zeven Scopula- en drie Idaea-soorten.

Voorkomen

Algemeen. Komt verspreid over het hele land voor. RL: niet bedreigd.

Habitat

Vooral vochtige graslanden, heiden en moerassen met een weelderige vegetatie.

Waardplanten

Diverse kruidachtige planten.

Vliegtijd en gedrag

Begin juni-eind augustus in één generatie; in gunstige jaren een partiële tweede generatie. De vlinders vliegen vanaf de schemering en komen in kleine aantallen op licht.

Levenscyclus

Rups: juli-mei. De soort overwintert als rups in de strooisellaag en verpopt zich daar ook.

Laatste wijziging: 4 november 2015


De kaartjes en diagrammen van de nachtvlinders op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen uit 'Noctua', het gegevensbestand van De Vlinderstichting en de Werkgroep Vlinderfaunistiek, dat is samengesteld uit waarnemingenbestanden van onder andere:

N.B. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op de betreffende locatie niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel is waargenomen, maar dat een ingevoerde waarneming nog niet is gevalideerd, of dat we van die plek (nog) geen waarnemingen voor Noctua ontvangen hebben.
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie Naturalis Biodiversity Center Leiden
Mannetje.
Foto: Bob van de Dijk
Oudega/de Veenhoop - 3 juli 2008
Foto: Mirriam Arts
Ommen - 29 april 2011
 naar fotoalbum »


De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen