De VlinderstichtingVlindernet
Help de vlinders
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders
vorige  |  volgende
paardenbloemspanner  (Idaea seriata)

Een gewone soort, die vaak op verlichte ramen zit, is de paardenbloemspanner.

Familie

spanners (GEOMETRIDAE)
meer informatie over deze familie »


Let bij het determineren van deze soort altijd goed op de gelijkende soorten.




Kenmerken

Voorvleugellengte: 9-11 mm. De voor- en achtervleugel zijn in meer of mindere mate donker bespikkeld. De vleugelzoom is meestal iets donkerder dan de rest van de vleugel. Op alle vleugels is een duidelijke middenstip aanwezig. De binnenste en de buitenste dwarslijn zijn dun maar altijd tenminste zichtbaar aan de stipjes op de aderen. De middelste dwarslijn is vaag en loopt op de voorvleugel dicht langs de middenstip, vaak er enigszins naar toe buigend. Opvallend is dat dit laatste ook geldt voor de buitenste dwarslijn ter hoogte van de stip. De franjelijn langs de achterrand bestaat uit afwisselend donkere stipjes en boogjes.

Gelijkende soorten

De prachtstipspanner (Scopula marginepunctata) is duidelijk groter en heeft een franjelijn die bestaat uit enkel donkere streepjes; bovendien loopt de buitenste dwarslijn voordat deze de voorrand bereikt duidelijk naar binnen, terwijl deze bij de paardenbloemspanner vrijwel recht door loopt tot aan de voorrand, evenwijdig aan de achterrand van de vleugel.
Kan mogelijk worden verwisseld met soorten uit de groep van de dwergspanners (Eupithecia-soorten), met name wilgendwergspanner (E. tenuiata) en esdoorndwergspanner (E. inturbata). Geen van beide heeft echter hetzelfde fijn bespikkelde uiterlijk. Verder ontbreekt bij de dwergspanners de stip op de achtervleugel en vertonen de dwarslijnen een duidelijke hoek dicht bij de voorrand. Zie ook de schildstipspanner (I. biselata).

Klik hier voor gedetailleerde verschillen met illustraties tussen Idaea seriata en I. biselata.

Voorkomen

Zeer algemeen. Komt verspreid over het land voor. RL: niet bedreigd.

Habitat

Duinen, struwelen, ruigten en tuinen; vaak in stedelijke omgeving.

Waardplanten

De rups leeft van afgevallen blad en mos; in gevangenschap eten de rupsen onder andere van paardenbloem.

Vliegtijd en gedrag

Begin mei-begin oktober in twee generaties. De vlinders worden overdag soms op muren aangetroffen of opgejaagd uit heggen of andere dichte vegetatie. Ze zitten ook vaak op verlichte ramen of worden binnenshuis aangetroffen.

Levenscyclus

Rups: juni-april. De soort overwintert als rups en verpopt zich in een cocon op de grond.

Laatste wijziging: 4 november 2015


De kaartjes en diagrammen van de nachtvlinders op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen uit 'Noctua', het gegevensbestand van De Vlinderstichting en de Werkgroep Vlinderfaunistiek, dat is samengesteld uit waarnemingenbestanden van onder andere:

N.B. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op de betreffende locatie niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel is waargenomen, maar dat een ingevoerde waarneming nog niet is gevalideerd, of dat we van die plek (nog) geen waarnemingen voor Noctua ontvangen hebben.
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie Naturalis Biodiversity Center Leiden
Foto: Marian Schut
Apeldoorn - 21 augustus 2009
 naar fotoalbum »


De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen