De VlinderstichtingVlindernet
Help de vlinders
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders
vorige  |  volgende
bruine vierbandspanner  (Xanthorhoe spadicearia)

Opvallend is de duidelijke dubbele vlek in het zoomveld van de bruine vierbandspanner.

Familie

spanners (GEOMETRIDAE)
meer informatie over deze familie »


Deze soort is moeilijk tot zeer moeilijk te determineren. Let dus altijd goed op de gelijkende soorten. Soms is genitaliën-
onderzoek nodig voor een zekere determinatie.




Kenmerken

Voorvleugellengte: 12-13 mm. Vrij opvallend is de duidelijke dubbele vlek in het zoomveld, dicht bij de vleugelpunt; bij de meeste verwante soorten is deze vlek minder duidelijk of afwezig. Een ander tamelijk constant kenmerk is de meestal heldere tekening en de duidelijke witte afzetting aan de buitenzijde van de vaak bleke purperbruine middenband. Het lichtbruine bandje dat hier nauw aan grenst, is vrij breed en contrasteert scherp met de grondkleur van de vleugelzoom. Op de onderzijde van de voor- en achtervleugel zit meestal een dikke, zwarte middenstip; de onderzijde van de voorvleugel is doorgaans contrastrijk getekend.

Gelijkende soorten

Lijkt veel op de vierbandspanner (X. ferrugata). Algemeen wordt aangenomen dat exemplaren met een diep zwarte middenband altijd behoren tot de vierbandspanner en exemplaren met een blekere purperbruine middenband tot de bruine vierbandspanner. De kleur- en contrastvormen die elkaar in het midden raken leveren echter vaak een groot probleem op bij de determinatie. Vaak wordt genoemd dat de vierbandspanner een duidelijkere inkeping aan de binnenzijde van de middenband heeft, dicht bij de voorrand, maar dit kenmerk wordt door anderen in twijfel getrokken. Ook zou de onderkant van de vleugels van de vierbandspanner minder getekend zijn. Beide soorten zijn variabel en sommige exemplaren zijn zonder genitaliënonderzoek niet van elkaar te onderscheiden. Zie ook de grote vierbandspanner (X. quadrifasiata).

Voorkomen

Zeer algemeen. Komt verspreid over het hele land voor. RL: gevoelig.

Habitat

Vooral tuinen, bossen, struwelen, graslanden, moerassen, natte heiden en duinen.

Waardplanten

Diverse kruidachtige planten.

Vliegtijd en gedrag

Half april-half oktober in twee, soms drie generaties. De vlinders zitten overdag vaak op bladeren en zijn gemakkelijk op te jagen uit struiken en lage vegetaties. Ze vliegen vanaf de schemering en komen op licht; bij het neerstrijken op het laken houden ze vaak hun vleugels opgeklapt.

Levenscyclus

Rups: juni-augustus. De soort overwintert als pop in een cocon in de strooisellaag.

Laatste wijziging: 11 november 2015


De kaartjes en diagrammen van de nachtvlinders op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen uit 'Noctua', het gegevensbestand van De Vlinderstichting en de Werkgroep Vlinderfaunistiek, dat is samengesteld uit waarnemingenbestanden van onder andere:

N.B. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op de betreffende locatie niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel is waargenomen, maar dat een ingevoerde waarneming nog niet is gevalideerd, of dat we van die plek (nog) geen waarnemingen voor Noctua ontvangen hebben.
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie P. Rooy
Foto: Bob van de Dijk
Enumatil - 15 mei 2009
Foto: Jeroen Voogd
 naar fotoalbum »


De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen