De VlinderstichtingVlindernet
Help de vlinders
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders
vorige  |  volgende
schijn-sparspanner  (Thera britannica)

De schijn-sparspanner verschilt van de sparspanner alleen in de vorm van de antennen van het mannetje.

Familie

spanners (GEOMETRIDAE)
meer informatie over deze familie »


Deze soort is moeilijk tot zeer moeilijk te determineren. Let dus altijd goed op de gelijkende soorten. Soms is genitaliën-
onderzoek nodig voor een zekere determinatie.




Kenmerken

Voorvleugellengte: 13-17 mm. De grondkleur varieert van lichtgrijs via bruinachtig grijs tot bijna zwart. Heeft vaak een gevarieerde tekening met vooral vlak langs de beide zijden van de middenband een witte bestuiving. De middenband is meestal bruin getint en de randen hebben vaak een wat grillig verloop. De dwarslijnen op de voorvleugel zijn vaak tamelijk sterk getekend.

Gelijkende soorten

Op grond van de vleugelkenmerken is de schijn-sparspanner niet met zekerheid te onderscheiden van de sparspanner (T. variata). Vooral donkere exemplaren met een bruine middenband lijken soms sterk op de naaldboomspanner (T. obeliscata), maar de randen van de middenband van deze laatste soort zijn meestal veel gelijkmatiger. Zie ook de hoekbanddennenspanner (P. firmata) en de jeneverbesspanner (T. juniperata).

Klik hier voor gedetailleerde verschillen met illustraties van vleugeltekening en antennen tussen T. obeliscata, T. britannica en T. variata.

Klik hier voor gedetailleerde verschillen met illustraties tussen T. britannica en T. juniperata.

Voorkomen

Vrij algemeen. Doordat met deze soort veel determinatiefouten worden gemaakt (vooral verwarring met de sparspanner) is de verspreiding niet goed bekend. Komt vooral voor op de zandgronden en lokaal in de duinen, maar kan ook daarbuiten worden waargenomen. RL: kwetsbaar.

Habitat

Vooral naaldbossen, maar ook parken en tuinen met naaldbomen.

Waardplanten

Spar.

Vliegtijd en gedrag

Half april-eind oktober in twee generaties. De vlinders rusten overdag op boomstammen en tussen de takken van de waardplant en zijn gemakkelijk daarvan op te jagen. Ze komen goed op licht.

Levenscyclus

Rups: juni-juli en september-mei. De soort overwintert als jonge rups en verpopt zich tussen de naalden van de waardplant of in de strooisellaag eronder.

Laatste wijziging: 18 november 2015


De kaartjes en diagrammen van de nachtvlinders op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen uit 'Noctua', het gegevensbestand van De Vlinderstichting en de Werkgroep Vlinderfaunistiek, dat is samengesteld uit waarnemingenbestanden van onder andere:

N.B. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op de betreffende locatie niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel is waargenomen, maar dat een ingevoerde waarneming nog niet is gevalideerd, of dat we van die plek (nog) geen waarnemingen voor Noctua ontvangen hebben.
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie Naturalis Biodiversity Center Leiden
Foto: Bob van de Dijk
Mannetje; te onderscheiden van de sparspanner (Thera variata) door de dikke gezaagde antennen.
Enumatil - 29 mei 2008
 naar fotoalbum »


De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen