De VlinderstichtingVlindernet
Help de vlinders
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders
vorige  |  volgende
grote boomspanner  (Triphosa dubitata)

De grote boomspanner overwintert als vlinder in schuren en bunkers.

Familie

spanners (GEOMETRIDAE)
meer informatie over deze familie »


Deze soort is moeilijk tot zeer moeilijk te determineren. Let dus altijd goed op de gelijkende soorten. Soms is genitaliën-
onderzoek nodig voor een zekere determinatie.




Kenmerken

Voorvleugellengte: 19-22 mm. De brede voorvleugel, die een duidelijke ronding in de voorrand heeft, is bruin of grijsachtig bruin met soms een rozeachtige tint; de achtervleugel is egaal lichtgrijs. De vleugeltekening is vrij gelijkmatig en deze spanner maakt vaak een enigszins glanzende indruk. De relatief brede donkere middenband heeft een lichte middenzone en wordt aan de binnen- en buitenzijde begrensd door witachtige dwarslijnen. De intensiteit van de tekening kan variëren. Kenmerkend is de golvende achterrand van de vleugels; bij de achtervleugel wordt dit extra geaccentueerd door de fijne franjelijn. De donkere middenstip op de onderkant van de voor- en achtervleugel is klein en die op de voorvleugel is bovendien smal.

Gelijkende soorten

De grote berberisspanner (Hydria cervinalis) heeft nooit een rozeachtige tint; bovendien is de vleugeltekening ongelijkmatiger en niet glanzend. De donker gevlekte binnenste en buitenste zone van de middenband liggen bij de grote berberisspanner tamelijk dicht bij elkaar en vloeien soms gedeeltelijk samen; dit is bij de grote boomspanner nooit het geval. De zwarte franjelijn op achtervleugel is bij de grote berberisspanner niet diep gegolfd, maar eerder een wat scherper zigzaglijntje; deze lijn is ook aan de onderzijde van de vleugel duidelijk zichtbaar, wat bij de grote boomspanner alleen bij de voorvleugel het geval is. De grote berberisspanner heeft op de onderkant van de voor- en achtervleugel duidelijk zichtbare donkere middenvlekken en bij de voorrand van de onderkant van de voorvleugel twee kleine vlekken.

Voorkomen

Zeldzaam. Een soort die slechts af en toe wordt waargenomen, vooral in de zuidelijke helft van het land. RL: ernstig bedreigd.

Habitat

Vooral bossen en struwelen op kalkgraslanden of heiden; ook duinen.

Waardplanten

Vooral wegedoorn; soms sporkehout of andere loofbomen.

Vliegtijd en gedrag

Begin juli-september en na overwintering opnieuw van begin april-half mei; de meeste waarnemingen zijn voorjaarswaarnemingen. De soort vliegt in één generatie. De vlinders komen op licht en op bloemen.

Levenscyclus

Rups: juni. De soort overwintert als vlinder in bijvoorbeeld schuren en bunkers.

Laatste wijziging: 18 november 2015


De kaartjes en diagrammen van de nachtvlinders op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen uit 'Noctua', het gegevensbestand van De Vlinderstichting en de Werkgroep Vlinderfaunistiek, dat is samengesteld uit waarnemingenbestanden van onder andere:

N.B. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op de betreffende locatie niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel is waargenomen, maar dat een ingevoerde waarneming nog niet is gevalideerd, of dat we van die plek (nog) geen waarnemingen voor Noctua ontvangen hebben.
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie Naturalis Biodiversity Center Leiden
Foto: Han Klein Schiphorst
Frankrijk
Foto: Jeroen Voogd
 naar fotoalbum »


De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen