De VlinderstichtingVlindernet
Help de vlinders
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders
vorige  |  volgende
esdoorndwergspanner  (Eupithecia inturbata)

Familie

spanners (GEOMETRIDAE)
meer informatie over deze familie »


Deze soort is moeilijk tot zeer moeilijk te determineren. Let dus altijd goed op de gelijkende soorten. Soms is genitaliën-
onderzoek nodig voor een zekere determinatie.




Kenmerken

Voorvleugellengte: 8-10 mm. Lijkt qua grootte en tekening veel op de wilgendwergspanner (E. tenuiata); de voorvleugel is echter iets smaller en minder afgerond. De voorvleugel heeft een bruinachtig grijze grondkleur met vooral in het middenveld vaak iets okergeel; de tekening is goed ontwikkeld en vrij vlekkerig. De donkere middenstip is meestal goed zichtbaar, maar bij krachtig getekende exemplaren soms onduidelijk. De golflijn is vooral bij de binnenrandhoek duidelijk zichtbaar. In het zoomveld bevinden zich drie donkere vlekken: één in de vleugelpunt, één vlak daarnaast en één iets grotere in de binnenrandhoek. De zwarte onderbroken franjelijn langs de achterrand van de voor- en achtervleugel is altijd goed te zien, ook bij afgevlogen exemplaren.

Gelijkende soorten

De wilgendwergspanner (E. tenuiata) is meestal iets donkerder en heeft een meer afgeronde voorvleugel. De bosrankdwergspanner (E. haworthiata) is donkerder en bruiner, terwijl de eerste segmenten van het achterlijf aan de bovenkant en opzij een roodachtige of oranje tint hebben; heeft hoogstens een vage aanduiding van een middenstip. De hengeldwergspanner (E. plumbeolata) is lichter, meer egaal bruinachtig en heeft geen duidelijke middenstip en golflijn.De gewone dwergspanner (E. vulgata) is groter en bruiner en de dwarslijn die langs de middenstip loopt maakt een vrij scherpe knik bij de voorrand. Zie ook de paardenbloemspanner (Idaea seriata).

Voorkomen

Zeldzaam. Een soort die sinds 1989 bekend is uit de duinstreek van Zuid-Holland. Sindsdien wordt de soort verspreid over het land vaker waargenomen, vooral in Zuid-Limburg. RL: gevoelig.

Habitat

Bossen en struwelen, vaak op kalkrijke bodem.

Waardplanten

Spaanse aak.

Vliegtijd en gedrag

Juli-augustus in één generatie. De vlinders komen op licht.

Levenscyclus

Rups: april-half mei. De soort overwintert als ei op de waardplant. De verpopping vindt plaats in een cocon tussen de bloemen van de waardplant of in de strooisellaag.

Laatste wijziging: 25 november 2015


De kaartjes en diagrammen van de nachtvlinders op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen uit 'Noctua', het gegevensbestand van De Vlinderstichting en de Werkgroep Vlinderfaunistiek, dat is samengesteld uit waarnemingenbestanden van onder andere:

N.B. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op de betreffende locatie niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel is waargenomen, maar dat een ingevoerde waarneming nog niet is gevalideerd, of dat we van die plek (nog) geen waarnemingen voor Noctua ontvangen hebben.
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie Naturalis Biodiversity Center Leiden
Foto: Guido Verschoor
Schin op Geul - 15 juli 2011
 naar fotoalbum »


De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen