De VlinderstichtingVlindernet
Help de vlinders
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders
vorige  |  volgende
schermbloemdwergspanner  (Eupithecia tripunctaria)

Familie

spanners (GEOMETRIDAE)
meer informatie over deze familie »


Deze soort is moeilijk tot zeer moeilijk te determineren. Let dus altijd goed op de gelijkende soorten. Soms is genitaliën-
onderzoek nodig voor een zekere determinatie.




Kenmerken

Voorvleugellengte: 10-12 mm. Deze zwak getekende, bruinachtig donkergrijze dwergspanner is te herkennen aan de meestal drie duidelijke witte stippen langs de achterrand. Meestal is de stip in de binnenrandhoek van de voorvleugel het duidelijkst en zijn de stippen langs de achterrand kleiner of zelfs afwezig; soms vormen de witte stippen een complete golflijn. Op de achtervleugel is vaak alleen een heldere kleine witte stip te zien in de binnenrandhoek, soms nog enkele kleinere stippen langs de achterrand. Ook op het borststuk en langs de zijkanten van het achterlijf is een witte stip aanwezig. De middenstip op de voorvleugel is klein en rond of iets langgerekt. De aders zijn meestal donkerder dan de grondkleur. Bij de veel voorkomende melanistische vorm ontbreken de witte stippen en zijn de donkere aderen zelfs de enige uiterlijke kenmerken.

Gelijkende soorten

De egale dwergspanner (E. absinthiata) en de hopdwergspanner (E. assimilata) zijn meer roodachtig bruin en de donkere vlekken langs de voorrand zijn duidelijker. Vrij sterk met dwarslijnen getekende exemplaren van de schermbloemdwergspanner zijn soms moeilijk te onderscheiden van de grijze dwergspanner (E. subfuscata) en van de guldenroededwergspanner (E. virgaureata). Lijkt ook op de lariksdwergspanner (E. lariciata); deze vliegt echter in een ander habitat.

Voorkomen

Vrij algemeen. Komt verspreid over het hele land voor. RL: kwetsbaar.

Habitat

Bosranden, struwelen, wegbermen, slootkanten, rivieroevers, vochtige akkerranden, moerassen en verwaarloosde hoekjes in parken en tuinen.

Waardplanten

Diverse schermbloemigen, waaronder berenklauw, engelwortel, fluitenkruid, peen en pastinaak; bij rupsen van de eerste generatie ook vlier.

Vliegtijd en gedrag

Begin maart-half september in twee generaties. Opmerkelijk is dat de eerste generatie, die vliegt van maart tot en met juni, minder algemeen is dan de korter durende tweede generatie (begin juli tot begin september). De vlinders vliegen vanaf de schemering en komen goed op licht.

Levenscyclus

Rups: half mei-oktober. De rups leeft op de bloemen en de vruchten van de waardplant. De soort overwintert als pop in de strooisellaag.

Laatste wijziging: 25 november 2015


De kaartjes en diagrammen van de nachtvlinders op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen uit 'Noctua', het gegevensbestand van De Vlinderstichting en de Werkgroep Vlinderfaunistiek, dat is samengesteld uit waarnemingenbestanden van onder andere:

N.B. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op de betreffende locatie niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel is waargenomen, maar dat een ingevoerde waarneming nog niet is gevalideerd, of dat we van die plek (nog) geen waarnemingen voor Noctua ontvangen hebben.
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie Naturalis Biodiversity Center Leiden
Foto: Bob van de Dijk
Foto: Mirriam Arts
weert - 16 augustus 2012
 naar fotoalbum »


De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen