De VlinderstichtingVlindernet
Help de vlinders
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders
vorige  |  volgende
grijze dwergspanner  (Eupithecia subfuscata)

Familie

spanners (GEOMETRIDAE)
meer informatie over deze familie »


Deze soort is moeilijk tot zeer moeilijk te determineren. Let dus altijd goed op de gelijkende soorten. Soms is genitaliën-
onderzoek nodig voor een zekere determinatie.




Kenmerken

Voorvleugellengte: 10-12 mm. Deze eentonig grijze dwergspanner wordt door veel nachtvlinderaars ervaren als een van de moeilijkst te determineren soorten; vaak is genitaliënonderzoek nodig om de soort met zekerheid vast te kunnen stellen. De middenstip is klein en rond en valt meestal duidelijk op; de middenstip ligt in het midden tussen de vleugelpunt en de vleugelwortel. De lichte golflijn is vaak nauwelijks ontwikkeld of zelfs afwezig. De antennen van het mannetje hebben zeer fijne, korte en dicht op elkaar staande kammetjes aan de onderzijde.

Gelijkende soorten

De guldenroededwergspanner (E. virgaureata) is meestal iets krachtiger getekend en heeft een grotere en vaak langgerekte middenstip die dichter naar de vleugelwortel toe ligt; de golflijn is doorgaans goed ontwikkeld, aan de buitenzijde van de middenband ligt meestal een rij stippen en op de voorvleugel zijn enkele met zwart geblokte aders zichtbaar. De antennen van het mannetje van de guldenroededwergspanner hebben langere, dikkere en verder uit elkaar staande kammetjes aan de onderzijde. De schermbloemdwergspanner (E. tripunctaria) heeft doorgaans opvallende witte stippen langs de achterrand van de voor- en achtervleugel; ook op het borststuk en langs de zijkanten van het achterlijf ligt een witte stip. De lariksdwergspanner (E. lariciata) is meestal kleiner en heeft doorgaans een witte vlek op het borststuk. Zie ook de wilgendwergspanner (E. tenuiata), de lindedwergspanner (E. egenaria) en de duizendbladdwergspanner (E. millefoliata) en de grasklokjesdwergspanner (E. impurata).

Voorkomen

Vrij algemeen. Komt verspreid over het hele land voor. RL: kwetsbaar.

Habitat

Tuinen, struwelen, heiden, bossen en graslanden.

Waardplanten

Vooral kruidachtige planten, maar ook houtige planten en loofbomen.

Vliegtijd en gedrag

Half april-half juli in twee generaties; de tweede generatie is partieel en zeldzaam. De vlinders vliegen vanaf de schemering en komen goed op licht.

Levenscyclus

Rups: juni-oktober. De rups leeft op de bladeren, bloemen en vruchten van de waardplant. De soort overwintert als pop in een licht spinsel in de strooisellaag of achter losse schors.

Laatste wijziging: 25 november 2015


De kaartjes en diagrammen van de nachtvlinders op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen uit 'Noctua', het gegevensbestand van De Vlinderstichting en de Werkgroep Vlinderfaunistiek, dat is samengesteld uit waarnemingenbestanden van onder andere:

N.B. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op de betreffende locatie niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel is waargenomen, maar dat een ingevoerde waarneming nog niet is gevalideerd, of dat we van die plek (nog) geen waarnemingen voor Noctua ontvangen hebben.
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie Naturalis Biodiversity Center Leiden
Foto: Bob van de Dijk
Oudega/de Veenhoop - 29 juni 2008
Foto: Mirriam Arts
Tungelerwallen - 18 augustus 2011
 naar fotoalbum »


De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen