vorige  |  volgende
duizendbladdwergspanner  (Eupithecia millefoliata)

Familie

spanners (GEOMETRIDAE)
meer informatie over deze familie »


Deze soort is moeilijk tot zeer moeilijk te determineren. Let dus altijd goed op de gelijkende soorten. Soms is genitaliën-
onderzoek nodig voor een zekere determinatie.




Kenmerken

Voorvleugellengte: 12-13 mm. Een vrij grote, bruinachtig grijze Eupithecia-soort. De voorvleugel is tamelijk spits en de voorrand is vrij recht tot vlak voor de vleugelpunt. Over de vleugel lopen vele enigszins golvende dwarslijntjes waarvan de lijn die vlak langs de middenstip loopt, met een scherpe hoek om deze middenstip heen slingert. In het zoomveld is een duidelijke witte golflijn aanwezig, die verdikt is bij de binnenrandhoek. De onderzijde van de vleugels is opvallend wit gebandeerd.

Gelijkende soorten

De lariksdwergspanner (E. lariciata) is kleiner en heeft een bredere voorvleugel; op de bovenkant van het borststuk ligt een kleine witte vlek. De grijze dwergspanner (E. subfuscata) is kleiner en heeft een minder spitse vleugelpunt. De meldedwergspanner (E. simpliciata) is soms ook grijsachtig, maar heeft een bredere minder spitse voorvleugel en een duidelijke, lichte brede dwarslijn en golflijn.

Voorkomen

Een zeldzame soort die lokaal voorkomt in het westen, midden en zuidoosten van het land.

Habitat

Open verwaarloosde grond in kustgebieden en in de duinen; ook wegbermen en ruige graslanden.

Waardplanten

Duizendblad.

Vliegtijd en gedrag

Half juni-eind augustus in één generatie. De vlinders komen op licht.

Levenscyclus

Rups: augustus-november. De rups leeft op de bloemen en de zaden van de waardplant. De soort overwintert als pop in de strooisellaag.

Laatste wijziging: 27 oktober 2011


De kaartjes en diagrammen van de nachtvlinders op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen uit 'Noctua', het gegevensbestand van De Vlinderstichting en de Werkgroep Vlinderfaunistiek, dat is samengesteld uit waarnemingenbestanden van onder andere:

N.B. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op de betreffende locatie niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel is waargenomen, maar dat een ingevoerde waarneming nog niet is gevalideerd, of dat we van die plek (nog) geen waarnemingen voor Noctua ontvangen hebben.