De VlinderstichtingVlindernet
Help de vlinders
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders
vorige  |  volgende
eikenwespvlinder  (Synanthedon vespiformis)

De poten van de eikenwespvlinder zijn opvallend geel met een zwarte band.

Familie

wespvlinders (SESIIDAE)
meer informatie over deze familie »


Deze soort is moeilijk tot zeer moeilijk te determineren. Let dus altijd goed op de gelijkende soorten. Soms is genitaliën-
onderzoek nodig voor een zekere determinatie.




Kenmerken

Voorvleugellengte: 10-12 mm. De middenband op de voorvleugel is roodachtig en de goed zichtbare delen van de poten zijn overwegend geel; hierdoor is deze soort gemakkelijk te onderscheiden van vrijwel alle andere wespvlinders. Op het achterlijf bevinden zich vier, in uitzonderlijke gevallen drie of vijf, gele banden. Over het borststuk lopen twee dunne gele lijnen, die echter alleen goed te zien zijn bij verse vlinders; achter aan het borststuk bevindt zich een gele band. Het staartpluimpje is bij het vrouwtje aan de bovenkant geel (ook in de vlucht duidelijk zichtbaar) en bij het mannetje zwart met wat geel aan de onderkant.

Gelijkende soorten

De klaverwespvlinder (Bembecia ichneumoniformis) heeft zes gele dwarsbanden en houdt in rust zijn vleugels dichter tegen het lichaam, ook is meestal een oranjebruine
band op de antennen zichtbaar. Zie ook de bessenglasvlinder (S. tipuliformis) en de elzenwespvlinder (S. spheciformis).

Klik hier voor gedetailleerde verschillen met illustraties tussen de genoemde soorten.

Voorkomen

Zeldzaam. Komt lokaal op de hogere zandgronden in het binnenland voor. Is na 2000 nog maar heel af en toe waargenomen in het kustgebied en in de duinen. RL: bedreigd.

Habitat

Vooral bossen en lanen met oude eiken.

Waardplanten

Vooral eik, maar ook andere loofbomen.

Vliegtijd en gedrag

Half mei-half augustus in één generatie. Ei-afzettende vrouwtjes worden soms waargenomen op zonnige middagen. De vlinders worden ook geregeld op bloemen aangetroffen. De mannetjes komen in de buurt van voortplantingsplaatsen gemakkelijk op feromoonpreparaten af, gewoonlijk vanaf het eind van de middag tot net voor zonsondergang.

Levenscyclus

Rups: augustus-mei. De rups leeft in het bastgedeelte en op nog levende boomstronken van recent gekapte bomen. De soort overwintert, waarschijnlijk éénmaal, als half volgroeide rups. De eieren worden gelegd op beschadigingen en wondweefsel op de stam, soms op pas afgezaagde boomstammen.

Laatste wijziging: 14 oktober 2015


De kaartjes en diagrammen van de nachtvlinders op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen uit 'Noctua', het gegevensbestand van De Vlinderstichting en de Werkgroep Vlinderfaunistiek, dat is samengesteld uit waarnemingenbestanden van onder andere:

N.B. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op de betreffende locatie niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel is waargenomen, maar dat een ingevoerde waarneming nog niet is gevalideerd, of dat we van die plek (nog) geen waarnemingen voor Noctua ontvangen hebben.
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie P. Rooy
Foto: Fons Jacobs
Heeswijk - 25 juli 2009
Foto: Jeroen Voogd
 naar fotoalbum »


De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen