De VlinderstichtingVlindernet
Help de vlinders
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders
vorige  |  volgende
wilgenwespvlinder  (Synanthedon formicaeformis)

De voorvleugels van de wilgenwespvlinder hebben een rode top en het zwarte achterlijf heeft één oranje band.

Familie

wespvlinders (SESIIDAE)
meer informatie over deze familie »


Deze soort is moeilijk tot zeer moeilijk te determineren. Let dus altijd goed op de gelijkende soorten. Soms is genitaliën-
onderzoek nodig voor een zekere determinatie.




Kenmerken

Voorvleugellengte: 9-11 mm. Kenmerkend voor deze soort is de combinatie van de rode band op het achterlijf en het relatief brede rode veld in het voorvleugeluiteinde. Het dwarsbandje op de voorvleugel is smal en heeft doorgaans een donker roodbruine, soms lichtere rode kleur. Bij het uitkomen heeft de vlinder op het achterlijf twee banden van losse gele schubjes, die echter tijdens de eerste vlucht verdwijnen en dus vrijwel nooit worden waargenomen. Het staartpluimpje is zwart, bij verse exemplaren zijn opvallende witte haren te zien aan de zijkanten. De poten zijn zwart met drie witte bandjes. Het wit aan de top van de antennen is niet altijd zichtbaar.

Gelijkende soorten

Zie de appelglasvlinder (S. myopaeformis) en de berkenglasvlinder (S. culiciformis).

Klik hier voor gedetailleerde verschillen met illustraties tussen de genoemde soorten.

Voorkomen

Vrij algemeen. Komt vooral in het rivierengebied, in de duinen en in veengebieden in het westen en noordoosten van het land voor. RL: niet bedreigd.

Habitat

Vooral grienden langs de grote rivieren. Ook andere vochtige en moerasachtige plaatsen met wilgen, zoals extensief beheerde graslanden en natte duinvalleien.

Waardplanten

Diverse soorten wilg; in de duinen vooral kruipwilg.

Vliegtijd en gedrag

Half mei-begin augustus in één generatie. Vroeg in de morgen kunnen de vlinders rustend op bladeren of boomstammen worden aangetroffen; ook bloemen worden geregeld bezocht. De mannetjes reageren op feromoonpreparaten, gewoonlijk na de middag.

Levenscyclus

Rups: augustus-mei. De rups leeft in stammen, takken en twijgen van de waardplant; vaak ook in gezwellen of gallen. Soms wordt houtpoeder gevonden op plekken waar de boom beschadigd is. De soort overwintert als halfvolgroeide rups.

Laatste wijziging: 14 oktober 2015


De kaartjes en diagrammen van de nachtvlinders op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen uit 'Noctua', het gegevensbestand van De Vlinderstichting en de Werkgroep Vlinderfaunistiek, dat is samengesteld uit waarnemingenbestanden van onder andere:

N.B. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op de betreffende locatie niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel is waargenomen, maar dat een ingevoerde waarneming nog niet is gevalideerd, of dat we van die plek (nog) geen waarnemingen voor Noctua ontvangen hebben.
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie Naturalis Biodiversity Center Leiden
Foto: John Arntz
Swalmen - 19 juli 2011
 naar fotoalbum »


De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen