De VlinderstichtingVlindernet
Help de vlinders
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders
vorige  |  volgende
najaarsspanner  (Agriopis aurantiaria)

De voorvleugels van de mannetjes van de najaarsspanner zijn oranjegeel; de vrouwtjes hebben bruine vleugelstompjes.

Familie

spanners (GEOMETRIDAE)
meer informatie over deze familie »


Let bij het determineren van deze soort altijd goed op de gelijkende soorten.




Kenmerken

Voorvleugellengte: 17-21 mm. Het mannetje heeft een oranjegele voorvleugel met een warme goudachtige gloed. De vrij rechte buitenste dwarslijn vertoont een opvallende, maar ondiepe dubbele knik. Tussen de duidelijke donkere dwarslijnen ligt vaak een middenvlek en rond deze lijnen ligt een variabele hoeveelheid grijsbruine vlekjes en stipjes. Het lichaam van het vleugelloze vrouwtje is donkerbruin. De duidelijk aanwezige vleugelstompjes zijn ook donkerbruin en hebben gewoonlijk elk twee zwarte banden.

Gelijkende soorten

Afgevlogen of ongewoon donkere exemplaren kunnen worden verward met het mannetje van de grote wintervlinder (Erannis defoliaria), die echter nooit een goudkleurige grondkleur heeft; de buitenste dwarslijn is minder recht en vertoont een diepere knik. Het vrouwtje van de grote wintervlinder is gewoonlijk bleker en de vleugelstompjes zijn met het blote oog nauwelijks zichtbaar. Het mannetje van de grote voorjaarsspanner (A. marginaria) heeft opvallende zwarte stipjes langs de achterrand van de vleugels en het vrouwtje heeft grotere vleugelstompjes. Bovendien vliegt de grote voorjaarsspanner in het voorjaar en de najaarsspanner in het najaar.

Voorkomen

Zeer algemeen. Komt vooral voor op de zandgronden in het binnenland en de duinen; elders schaars of ontbrekend. RL: niet bedreigd.

Habitat

Vooral open loofbossen met volgroeide bomen; ook oude struwelen en tuinen in bosachtige gebieden.

Waardplanten

Diverse loofbomen, met een voorkeur voor eik en berk.

Vliegtijd en gedrag

Begin oktober-begin december in één generatie. De vrouwtjes kunnen worden gevonden door ´s morgens stammen af te zoeken. De mannetjes komen soms in grote aantallen op licht en zijn overdag vaak op bomen of muren in de buurt van een lichtbron te vinden.

Levenscyclus

Rups: april-juni. De rups lijkt sterk op die van de grote voorjaarsspanner (Agriopis marginaria) en is alleen van die soort te onderscheiden door de langere haren. De soort overwintert als ei op de waardplant.

Laatste wijziging: 9 december 2015


De kaartjes en diagrammen van de nachtvlinders op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen uit 'Noctua', het gegevensbestand van De Vlinderstichting en de Werkgroep Vlinderfaunistiek, dat is samengesteld uit waarnemingenbestanden van onder andere:

N.B. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op de betreffende locatie niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel is waargenomen, maar dat een ingevoerde waarneming nog niet is gevalideerd, of dat we van die plek (nog) geen waarnemingen voor Noctua ontvangen hebben.
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie Naturalis Biodiversity Center Leiden
Foto: Marian Schut
Apeldoorn - 24 oktober 2009
Foto: Bob van de Dijk
Paterswolde - 1 juni 2010
 naar fotoalbum »


De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen