De VlinderstichtingVlindernet
Help de vlinders
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders
vorige  |  volgende
variabele spikkelspanner  (Alcis repandata)

Zowel de vleugeltekening als de grondkleur van de variabele spikkelspanner is zeer variabel.

Familie

spanners (GEOMETRIDAE)
meer informatie over deze familie »


Deze soort is moeilijk tot zeer moeilijk te determineren. Let dus altijd goed op de gelijkende soorten. Soms is genitaliën-
onderzoek nodig voor een zekere determinatie.




Kenmerken

Voorvleugellengte: 19-26 mm. Het beste kenmerk, behalve bij extreem donkere of lichte exemplaren, is de donkere buitenste dwarslijn op de voorvleugel. Deze lijn is ononderbroken en enigszins golvend. De laatste kromming voor de voorrand is opvallend groot en heeft de vorm van een halve maan. De middelste dwarslijn is doorgaans vaag, maar vormt samen met de middenvlek vaak een donkere vlek in de voorste helft van de vleugel. Zowel de vleugeltekening als de grondkleur zijn zeer variabel. Deze laatste varieert van witachtig bruin via diverse schakeringen van bruin en grijs tot bijna effen zwart. Lichte vlinders hebben soms een zeer donkere middenband op de voor- en de achtervleugel. De achtervleugel heeft een geschulpte achterrand.

Gelijkende soorten

De taxusspikkelspanner (Peribatodes rhomboidaria) komt vaak talrijk voor in hetzelfde habitat, maar vliegt wat later. Het meest opvallende onderscheid vormen de centrale dwarslijnen op de voorvleugel, waarvan bij de taxusspikkelspanner de middelste en buitenste dwarslijn naar de binnenrand toe naar elkaar toelopen en waarvan de buitenste getand is. De achtervleugel van de taxusspikkelspanner heeft bovendien een minder geschulpte achterrand en de antennen van het mannetje zijn sterker geveerd. Zie ook de satijnen spikkelspanner (Deileptenia ribeata) en de gevlekte spikkelspanner (A. bastelbergeri).

Voorkomen

Algemeen. Komt verspreid over het land voor, vooral op de zandgronden in het binnenland en in de duinen. RL: niet bedreigd.

Habitat

Bossen, heiden, struwelen, parken en tuinen, ook in stedelijk gebied.

Waardplanten

Diverse bomen en struiken.

Vliegtijd en gedrag

Begin mei-half augustus in één generatie. De vlinders kunnen overdag rustend op boomstammen worden gevonden en worden gemakkelijk opgejaagd. ´s Nachts bezoeken ze bloemen en komen ze op licht, vooral in dichte loofbossen.

Levenscyclus

Rups: augustus-mei. De soort overwintert als jonge rups op de waardplant, vaak tegen de stam aangedrukt.

Laatste wijziging: 9 december 2015


De kaartjes en diagrammen van de nachtvlinders op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen uit 'Noctua', het gegevensbestand van De Vlinderstichting en de Werkgroep Vlinderfaunistiek, dat is samengesteld uit waarnemingenbestanden van onder andere:

N.B. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op de betreffende locatie niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel is waargenomen, maar dat een ingevoerde waarneming nog niet is gevalideerd, of dat we van die plek (nog) geen waarnemingen voor Noctua ontvangen hebben.
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie Naturalis Biodiversity Center Leiden
Foto: Marian Schut
Apeldoorn - 15 juni 2009
Foto: Jeroen Voogd
 naar fotoalbum »


De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen