De VlinderstichtingVlindernet
Help de vlinders
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders
vorige  |  volgende
late meidoornspanner  (Theria rupicapraria)

Familie

spanners (GEOMETRIDAE)
meer informatie over deze familie »


Deze soort is moeilijk tot zeer moeilijk te determineren. Let dus altijd goed op de gelijkende soorten. Soms is genitaliën-
onderzoek nodig voor een zekere determinatie.




Kenmerken

Deze soort lijkt sterk op de meidoornspanner (T. primaria) maar geeft een helderder indruk. Het middenveld steekt duidelijk en donker af tegen de aangrenzende velden en vormt daardoor een band. De centrale dwarslijnen die deze middenband afgrenzen lopen sterk naar elkaar toe in de richting van de binnenrand van de vleugel waardoor de band zich daar sterk versmalt. De middenvlek is langwerpig van vorm en heeft soms een lichte kern. De vleugels van het vrouwtje zijn gereduceerd tot bruine hoekige stompjes, die hooguit half zo lang zijn als het achterlijf. Ze hebben een smal scherp afgelijnd donkerbruin, bijna zwart dwarsbandje dat meestal, op een onregelmatige manier, smaller toe loopt in de richting van de binnenrand van de vleugel.

Gelijkende soorten

De meidoornspanner (T. primaria) oogt doffer. Het middenveld is niet of nauwelijks donkerder dan de rest van de vleugel. De afgrenzende centrale dwarslijnen, vooral de binnenste, zijn minder uitgesproken en lopen minder sterk naar elkaar toe in de richting van de binnenrand van de vleugel. De middenvlek op de voorvleugel is meer driehoekig van vorm. Het vrouwtje onderscheidt zich van dat van de late meidoornspanner doordat de vleugelstompjes voorbij de helft van het achterlijf reiken en doordat de middenband zich niet duidelijk versmalt naar de binnenrand van de vleugel toe. De meidoornspanner vliegt gemiddeld een maand vroeger dan de late meidoornspanner, maar er is veel overlap. Zie ook de prunusspanner (Aleucis distinctata).

Voorkomen

Zeldzaam. Komt lokaal voor in het oosten van het land. RL: niet bedreigd.

Habitat

In het buitenland: warme, struikrijke plaatsen; vaak zonnige en steile hellingen.

Waardplanten

Vooral meidoorn en sleedoorn.

Vliegtijd en gedrag

Januari-begin april in één generatie. De mannetjes vliegen vanaf de schemering; ´s nachts kunnen ze op kale takken van de waardplant worden gevonden, soms parend met een vrouwtje.

Levenscyclus

Rups: vooral in juni. De soort overwintert als pop.

Laatste wijziging: 16 december 2015


De kaartjes en diagrammen van de nachtvlinders op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen uit 'Noctua', het gegevensbestand van De Vlinderstichting en de Werkgroep Vlinderfaunistiek, dat is samengesteld uit waarnemingenbestanden van onder andere:

N.B. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op de betreffende locatie niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel is waargenomen, maar dat een ingevoerde waarneming nog niet is gevalideerd, of dat we van die plek (nog) geen waarnemingen voor Noctua ontvangen hebben.
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie Naturalis Biodiversity Center Leiden
mannetje
Foto: Martin Scheper
paring
18 februari 2010
Foto: Jeroen Voogd
 naar fotoalbum »


De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen