De VlinderstichtingVlindernet
Help de vlinders
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders
vorige  |  volgende
vals witje  (Siona lineata)

Het vals witje is de enige witte spannersoort met zwarte aders in Nederland en België en heeft zijn noordelijke areaalgrens in Limburg.

Familie

spanners (GEOMETRIDAE)
meer informatie over deze familie »


Deze soort is goed tot redelijk goed te determineren, ook voor een serieuze beginner.




Kenmerken

Voorvleugellengte: 19-22 mm. Een zeer kenmerkende soort; in Nederland komt geen andere witte of crèmekleurige spanner voor met zwarte aders en banden aan de onderzijde van de vleugels. Verse vlinders zijn vooral bij het borststuk crèmekleurig, maar naarmate ze ouder worden, worden de vleugels steeds witter. Door het verdwijnen van de schubben schijnen de donkere aders steeds meer door de vleugels heen en worden ze ook aan de bovenkant duidelijk zichtbaar. De vleugels worden in rust vlak uitgespreid maar bij het neerstrijken en bij bloembezoek vouwt de vlinder ze vaak geheel of gedeeltelijk samen boven het lichaam zoals een dagvlinder. Het mannetje heeft een lang slank achterlijf waarvan het uiteinde omhoog is gekromd. Het achterlijf van het vrouwtje, dat van voren breed en aan het uiteinde spits is, is niet gekromd. Het vrouwtje heeft bovendien iets kleinere en hoekigere vleugels.

Gelijkende soorten

Kan enige gelijkenis vertonen in kleur en tekening met afgevlogen exemplaren van de bruidsmot (Sitochroa palealis), een vrij grote microvlinder die behoort tot de familie van de lichtmotten (Pyralidae). Deze microvlinder komt voor in grazige ruigten, vliegt eveneens overdag en zit soms op bloemen. De voorvleugel is echter veel smaller en wordt in rust nooit omhoog gehouden. Het groot geaderd witje (Aporia crataegi) is veel groter en de antennen eindigen zoals bij alle dagvlinders in een knopje.

Voorkomen

Vrij algemeen. Een soort die vrijwel alleen in Limburg wordt waargenomen omdat daar de noordelijke areaalgrens van deze soort ligt; af en toe een zwerver buiten deze provincie. RL: niet bedreigd.

Habitat

Vooral onbeschaduwde ruige en kruidenrijke (kalk)graslanden; soms ook open bossen.

Waardplanten

Diverse kruidachtige en houtige planten.

Vliegtijd en gedrag

Eind april-eind juni in één generatie. Zowel de mannetjes als de vrouwtjes vliegen overdag gemakkelijk op vanuit grasruigten en bezoeken bij zonnig weer bloemen. De vrouwtjes kunnen overdag ook ei-afzettend worden waargenomen. De mannetjes patrouilleren in de schemering op zoek naar vrouwtjes.

Levenscyclus

Rups: juli-mei. De soort overwintert als halfvolgroeide rups en verpopt zich daarna in een cocon die wordt vastgehecht aan een grashalm of een plantenstengel.

Laatste wijziging: 16 december 2015


De kaartjes en diagrammen van de nachtvlinders op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen uit 'Noctua', het gegevensbestand van De Vlinderstichting en de Werkgroep Vlinderfaunistiek, dat is samengesteld uit waarnemingenbestanden van onder andere:

N.B. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op de betreffende locatie niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel is waargenomen, maar dat een ingevoerde waarneming nog niet is gevalideerd, of dat we van die plek (nog) geen waarnemingen voor Noctua ontvangen hebben.

De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen