De VlinderstichtingVlindernet
Help de vlinders
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders
vorige  |  volgende
hommelvlinder  (Hemaris tityus)

Zowel in Nederland als in België wordt de hommelvlinder met zijn transparante vleugels als uitgestorven beschouwd.

Familie

pijlstaarten (SPHINGIDAE)
meer informatie over deze familie »


Let bij het determineren van deze soort altijd goed op de gelijkende soorten.




Kenmerken

Voorvleugellengte: 18-21 mm. Een compact gebouwde kleine pijlstaart met transparante, donkerbruin omzoomde vleugels. De vlinders lijken op hommels en wolzwevers; ze zijn echter veel groter en beweeglijker en strijken niet neer bij het foerageren. Kenmerkend is de tamelijk brede cel, die in het wortelveld langs de voorrand van de voorvleugel ligt en die niet door aders in kleinere cellen is opgedeeld. Op het achterlijf bevinden zich twee smalle zwartachtige banden, die gedeeltelijk verdoezeld worden door goudkleurige haren. In de loop van de vliegtijd verdwijnen de goudkleurige haren en worden de zwarte banden beter zichtbaar. Bij verse exemplaren hebben de vleugels een heel dunne laag grijze schubben, die de vlinder tijdens de eerste vlucht echter al verliest.

Gelijkende soorten

Bij de glasvleugelpijlstaart (H. fuciformis) zijn de zomen langs de vleugelranden meer roodachtig bruin en bovendien veel breder. Bovendien ontbreekt de kenmerkende open cel in het wortelveld en is de korte centrale dwarsader dikker. Zie ook de kolibrievlinder (Macroglossum stellatarum).

Voorkomen

Zeer zeldzaam. De laatste bevestigde waarneming dateert uit 1995 in Zuid-Holland.

Habitat

Vooral blauwgraslanden, natte weilanden en licht begraasde kalkgraslanden; soms ook moerassen, heiden en tuinen.

Waardplanten

Blauwe knoop en beemdkroon.

Vliegtijd en gedrag

Mei-juni in één generatie, soms een partiële tweede generatie in augustus. De vlinders vliegen overdag bij zonnig weer, vooral aan het eind van de ochtend en het begin van de middag. Ze bezoeken bloemen van onder andere hondsdraf, slangenkruid, gewone rolklaver, rododendron, sering en spoorbloem.

Levenscyclus

Rups: juni-augustus. De soort overwintert als pop in een losse cocon in de strooisellaag of in de grond.

Laatste wijziging: 6 januari 2016


De kaartjes en diagrammen van de nachtvlinders op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen uit 'Noctua', het gegevensbestand van De Vlinderstichting en de Werkgroep Vlinderfaunistiek, dat is samengesteld uit waarnemingenbestanden van onder andere:

N.B. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op de betreffende locatie niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel is waargenomen, maar dat een ingevoerde waarneming nog niet is gevalideerd, of dat we van die plek (nog) geen waarnemingen voor Noctua ontvangen hebben.
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie Naturalis Biodiversity Center Leiden
Foto: Jeroen Voogd
 naar fotoalbum »


De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen