De VlinderstichtingVlindernet
Help de vlinders
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders
vorige  |  volgende
kleine hageheld  (Lasiocampa trifolii)

De kleine hageheld heeft roodbruine voorvleugels met een helderwitte stip.

Familie

spinners (LASIOCAMPIDAE)
meer informatie over deze familie »


Let bij het determineren van deze soort altijd goed op de gelijkende soorten.




Kenmerken

Voorvleugellengte: ♂ 21-24 mm, ♀ 25-30 mm. Een goed herkenbare warm roodachtig bruine spinner, met een gebogen, donkere (niet altijd zichtbare) buitenste dwarslijn met een smalle lichte afzetting op de voorvleugel en een helder witte middenvlek. Soms is ook een vage lichte vlek in het wortelveld zichtbaar. De afstand van de buitenste dwarslijn tot de achterrand van de vleugel is bij de vleugelpunt kleiner dan bij de binnenrandhoek.

Gelijkende soorten

Met name donkere exemplaren van het relatief kleine mannetje zouden verward kunnen worden met de wolspinner (Eriogaster lanestris) die echter kleiner is en altijd een duidelijke lichte vlek in het wortelveld heeft.
Bij de hageheld (L. quercus) is de afstand van de buitenste dwarslijn tot de achterrand bij de vleugelpunt groter dan bij de binnenrandhoek. Verder is bij deze soort, met name bij het mannetje, sprake van een brede lichte afzetting van de (doorgaans niet zichtbare) buitenste dwarslijn, en zet deze zich bovendien voort op de achtervleugel. Zie ook de kersenspinner (Odonestis pruni) en de herfstspinner (Lemonia dumi).

Voorkomen

Vrij zeldzaam. Komt op de Veluwe en in de duinen voor; ook elders op de zandgronden wordt deze soort geregeld waargenomen. RL: kwetsbaar.

Habitat

Licht begroeide duinen, heiden en kapvlakten.

Waardplanten

In de duinen vooral kruipwilg en in het binnenland vooral struikhei; ook diverse kruidachtige planten.

Vliegtijd en gedrag

Half juni-begin september in één generatie. De mannetjes vliegen aan het eind van de middag en ´s avonds, de vrouwtjes vooral ´s avonds; beide komen ook op licht en zijn op die manier het gemakkelijkst waar te nemen.

Levenscyclus

Rups: eind maart-juni. De rups foerageert vooral ´s nachts, maar is ook overdag etend en zonnend te vinden. De rups verpopt zich op de grond in een stevige bruine cocon, die gewoonlijk wordt vastgemaakt aan de vegetatie. De soort overwintert als ei, los tussen korte vegetatie.

Laatste wijziging: 21 oktober 2015


De kaartjes en diagrammen van de nachtvlinders op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen uit 'Noctua', het gegevensbestand van De Vlinderstichting en de Werkgroep Vlinderfaunistiek, dat is samengesteld uit waarnemingenbestanden van onder andere:

N.B. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op de betreffende locatie niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel is waargenomen, maar dat een ingevoerde waarneming nog niet is gevalideerd, of dat we van die plek (nog) geen waarnemingen voor Noctua ontvangen hebben.
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie Naturalis Biodiversity Center Leiden
Foto: Hans van Oosterhout
mannetje
Hilversum - 7 augustus 2008
Foto: Marian Schut
Hoge Veluwe - 16 mei 2009
 naar fotoalbum »


De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen