De VlinderstichtingVlindernet
Help de vlinders
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders
vorige  |  volgende
bastaardsatijnvlinder  (Euproctis chrysorrhoea)

Jonge rupsen van de bastaardsatijnvlinder overwinteren tezamen in winternesten aan het uiteinde van een tak in de zon.

Familie

spinneruilen (EREBIDAE)
meer informatie over deze familie »


Deze soort is goed tot redelijk goed te determineren, ook voor een serieuze beginner.




Kenmerken

Voorvleugellengte: ♂ 16-20 mm, ♀ 18-19 mm. De bovenzijde van de vleugels is enigszins zijdeachtig en zuiver wit, hoewel het mannetje soms enkele kleine donkere vlekjes bij de binnenrandhoek van de voorvleugel heeft. De bovenkant van het achterlijf van het mannetje is van voren wit maar aan het uiteinde diep chocolade- of roestbruin van kleur en sterk behaard. Bij het vrouwtje is de hele bovenkant van het achterlijf bruinachtig grijs met aan het uiteinde een grote bolvormige toef donkerbruine haren. Bij verstoring tonen de vlinders vaak het uiteinde van het achterlijf door het omhoog te steken of om te krullen. De antennen van het mannetje zijn sterk geveerd, die van het vrouwtje slechts licht geveerd.

Gelijkende soorten

De donsvlinder (E. similis) heeft een grotendeels wit achterlijf met een goudgeel of oranjebruin uiteinde en het mannetje heeft een duidelijke donkere vlek in de binnenrandhoek. Zie ook de moerasspinner (Laelia coenosa), de satijnvlinder (Leucoma salicis) en de zwarte-l-vlinder (Arctornis l-nigrum).

Voorkomen

Algemeen. Komt vooral voor in de kuststreek; ook elders wordt deze soort af en toe waargenomen. RL: gevoelig.

Habitat

Vooral duindoornstruwelen langs de kust; in het binnenland struwelen, parken en soms tuinen (soms schadelijk in eikenlanen en meidoornaanplanten).

Waardplanten

Diverse loofbomen en struiken; in de kuststreek vooral duindoorn.

Vliegtijd en gedrag

Eind mei-eind augustus in één generatie. De vlinders komen op licht.

Levenscyclus

Rups: september-juni. De soort overwintert als jonge rups, met meerdere bij elkaar in een taai gemeenschappelijk spinsel aan een tak van de waardplant. Deze zogenoemde winternesten bevinden zich vaak aan het uiteinde van de takken zodat ze veel zon vangen. De rupsen, die sterk irriterende haren hebben, verpoppen zich, soms gemeenschappelijk, in een cocon tussen de bladeren aan de waardplant of in de strooisellaag. De eieren worden in groepen afgezet en bedekt met haren van het achterlijf van het vrouwtje.

Laatste wijziging: 6 januari 2016


De kaartjes en diagrammen van de nachtvlinders op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen uit 'Noctua', het gegevensbestand van De Vlinderstichting en de Werkgroep Vlinderfaunistiek, dat is samengesteld uit waarnemingenbestanden van onder andere:

N.B. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op de betreffende locatie niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel is waargenomen, maar dat een ingevoerde waarneming nog niet is gevalideerd, of dat we van die plek (nog) geen waarnemingen voor Noctua ontvangen hebben.
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie Naturalis Biodiversity Center Leiden
Foto: Jeroen Voogd
Foto: Sandra Lamberts
Texel - 26 juni 2010
 naar fotoalbum »


De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen