De VlinderstichtingVlindernet
Help de vlinders
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders
vorige  |  volgende
nonvlinder  (Lymantria monacha)

De vrouwtjes van de nonvlinder hebben een puntig achterlijf, waarmee ze de eitjes diep kan wegstoppen in een schorsspleet.

Familie

spinneruilen (EREBIDAE)
meer informatie over deze familie »


Deze soort is goed tot redelijk goed te determineren, ook voor een serieuze beginner.




Kenmerken

Voorvleugellengte: ♂ 18-20 mm, ♀ 20-28 mm. Op de witte tot roomwitte voorvleugel bevindt zich een groot aantal zwarte, sterk getande dwarslijnen en vlekken. De binnenste zone van het middenveld is meestal leeg met uitzondering van een duidelijke middenstip. Meer naar buiten toe bevinden zich een omgekeerde V-vormige vlek en een paar dicht opeenstaande lijnen. Soms vloeien deze lijnen samen tot een donkere zone en soms is het gehele middenveld donker. Vaak komen vrijwel geheel zwarte of donkergrijze exemplaren voor. Het achterlijf heeft roze dwarsbanden, die vooral bij donkere vlinders soms heel vaag zijn. Het vrouwtje heeft een duidelijk gepunt achterlijf, waarmee ze de eitjes diep kan weg stoppen in een schorsspleet.

Gelijkende soorten

Donkere exemplaren zouden verward kunnen worden met een mannetje van de plakker (L. dispar), die echter altijd een bruine tint heeft. Het vrouwtje van de plakker is groter, heeft een veel vagere tekening, een gedrongen lichaam en een stomp achterlijf. Zie ook de schijn-nonvlinder (Panthea coenobita).

Voorkomen

Niet zo algemeen. Komt vooral voor in bosachtige gebieden op de zandgronden in het binnenland. RL: kwetsbaar.

Habitat

Vooral bossen (soms schadelijk in naaldbossen).

Waardplanten

Diverse naaldbomen, loofbomen en struiken.

Vliegtijd en gedrag

Half juni-half oktober in één generatie. De vlinders zijn zowel overdag als ´s nachts actief en komen op licht, vooral de mannetjes. Overdag rusten ze soms op boomstammen of palen.

Levenscyclus

Rups: april-juni. De rups verpopt zich in een losse cocon in een schorsspleet of tussen de bladeren. De soort overwintert als ei; de eieren worden afzonderlijk of in paren gelegd. Soms komen eitjes nog hetzelfde jaar uit, maar de uitgekomen rupsjes kunnen niet overwinteren.

Laatste wijziging: 15 september 2014


De kaartjes en diagrammen van de nachtvlinders op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen uit 'Noctua', het gegevensbestand van De Vlinderstichting en de Werkgroep Vlinderfaunistiek, dat is samengesteld uit waarnemingenbestanden van onder andere:

N.B. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op de betreffende locatie niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel is waargenomen, maar dat een ingevoerde waarneming nog niet is gevalideerd, of dat we van die plek (nog) geen waarnemingen voor Noctua ontvangen hebben.
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie P. Rooy
Foto: Jeroen Voogd
Foto: Mirriam Arts
Weerterbos - 24 mei 2011
 naar fotoalbum »


De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen