De VlinderstichtingVlindernet
Help de vlinders
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders
vorige  |  volgende
graanworteluil  (Euxoa tritici)

Familie

uilen (NOCTUIDAE)
meer informatie over deze familie »


Deze soort is moeilijk tot zeer moeilijk te determineren. Let dus altijd goed op de gelijkende soorten. Soms is genitaliën-
onderzoek nodig voor een zekere determinatie.




Kenmerken

Voorvleugellengte: 13-17 mm. De grootte van deze uil en de intensiteit van de tekening kunnen aanzienlijk variëren, zelfs binnen één vindplaats. De kleur van de voorvleugel loopt uiteen van donkergrijs via grijsachtig bruin tot zandkleurig lichtbruin; deze variatie weerspiegelt vaak het bodemtype waarop de vlinders voorkomen: vlinders van de duinen zijn doorgaans lichter van kleur en hebben een minder contrastrijke tekening. Langs de voorrand loopt vaak een lichte strook tot aan de buitenste dwarslijn, met daarnaast een donker tot zwart wigvormig vlak dat bij veel exemplaren aan de andere zijde wordt begrensd door een met witte schubben bezette ader. Aan de binnenzijde van de golflijn bevinden zich vaak enkele (hooguit zes) korte donkere pijlvlekken; er komen ook exemplaren voor zonder pijlvlekken, zowel vlinders met een lichte als met een donkere ondergrond.

Gelijkende soorten

De late heide-uil (Xestia agathina) heeft een langwerpige ringvlek. Zie ook de zwartvlakworteluil (E. obelisca), de rookkleurige worteluil (E. nigricans), de variabele worteluil (E. cursoria), de witvlekworteluil (E. lidia) en de gekamde graanworteluil (E. aquilina).

Voorkomen

Vrij algemeen. Komt vooral voor in de duinen, op de Waddeneilanden en verspreid op de zandgronden in het binnenland; elders lokaal en minder algemeen. RL: kwetsbaar.

Habitat

Duinen, heiden en graslanden.

Waardplanten

Diverse grassen en kruidachtige planten, waaronder walstro (soms schadelijk op onder andere wintertarwe).

Vliegtijd en gedrag

Half juni-begin oktober in één generatie. De vlinders komen zowel op licht als op smeer. Ze bezoeken bloemen van kruiskruid en struikhei, soms ook overdag.

Levenscyclus

Rups: oktober-eind mei. De rups foerageert ´s nachts op de wortels of de onderste delen van de waardplant en verbergt zich overdag in de grond, waar ook de verpopping plaatsvindt. De soort overwintert als rups, een enkele maal als pop.

Laatste wijziging: 27 januari 2016


De kaartjes en diagrammen van de nachtvlinders op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen uit 'Noctua', het gegevensbestand van De Vlinderstichting en de Werkgroep Vlinderfaunistiek, dat is samengesteld uit waarnemingenbestanden van onder andere:

N.B. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op de betreffende locatie niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel is waargenomen, maar dat een ingevoerde waarneming nog niet is gevalideerd, of dat we van die plek (nog) geen waarnemingen voor Noctua ontvangen hebben.
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie P. Rooy
Foto: Hans van Oosterhout
Hilversum - 17 augustus 2008
 naar fotoalbum »


De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen