De VlinderstichtingVlindernet
Help de vlinders
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders
vorige  |  volgende
kleine breedbandhuismoeder  (Noctua janthina)

Familie

uilen (NOCTUIDAE)
meer informatie over deze familie »


Deze soort is moeilijk tot zeer moeilijk te determineren. Let dus altijd goed op de gelijkende soorten. Soms is genitaliën-
onderzoek nodig voor een zekere determinatie.




Kenmerken

Voorvleugellengte: 16-20 mm. Een kleine Noctua-soort met een paars- of roodachtig bruine voorvleugel, die soms blauwgrijs getint is. De uilvlekken, met name de niervlek, zijn doorgaans slechts zichtbaar als lichtgekleurde lijnen of stippen. De rest van de tekening is onduidelijk; wel is er meestal een duidelijke bandering aanwezig. Er zijn twee karakteristieke kenmerken, die in rusthouding echter niet te zien zijn. Op de onderzijde van de voorvleugel ligt een groot zwartachtig veld dat zich relatief ver uitstrekt naar de achterrand; de overgang met de licht gekleurde zoom is tamelijk diffuus en vormt meestal een vrij gelijkmatige grens. De bovenzijde van de okergele achtervleugel heeft bij de vleugelwortel een grote donkere vlek en langs de achterrand een zeer brede zwartachtige band, die langs de voorrand met elkaar verbonden zijn. In het min of meer ingesloten ronde of ovale donkergele veld daartussen zijn gewoonlijk geen donkere aders zichtbaar.

Gelijkende soorten

Op de bovenzijde van de achtervleugel van de open-breedbandhuismoeder (N. janthe) loopt het donkergele veld tussen de iets minder brede zwarte band langs de achterrand en de kleinere donkere vlek in de vleugelwortel meestal door tot aan de voorrand. Dit niet ingesloten donkergele veld is langwerpiger van vorm en groter en er lopen donker bestoven aders doorheen (meestal is dit kenmerk meer uitgesproken dan op de afbeelding te zien is). Het donkere veld aan de onderzijde van de voorvleugel strekt zich bij de open-breedbandhuismoeder minder ver uit naar de achterrand en de overgang met de lichtbruine zoom is meestal vrij scherp en duidelijk getand. In twijfelgevallen is genitali├źnonderzoek nodig om beide soorten van elkaar te onderscheiden.

Voorkomen

Zeer algemeen. Komt verspreid over het hele land voor. RL: niet bedreigd.

Habitat

Vooral bossen, struwelen, heiden en tuinen.

Waardplanten

Diverse kruidachtige planten, loofbomen en struiken.

Vliegtijd en gedrag

Eind juni-eind september in één generatie. De vlinders zijn zowel ´s nachts als overdag actief. Ze komen op smeer en bezoeken soms bloemen.

Levenscyclus

Rups: september-mei. De rups foerageert ┬┤s nachts en verbergt zich overdag dicht bij de grond. De soort overwintert als rups en verpopt zich in de grond.

Laatste wijziging: 13 september 2014


De kaartjes en diagrammen van de nachtvlinders op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen uit 'Noctua', het gegevensbestand van De Vlinderstichting en de Werkgroep Vlinderfaunistiek, dat is samengesteld uit waarnemingenbestanden van onder andere:

N.B. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op de betreffende locatie niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel is waargenomen, maar dat een ingevoerde waarneming nog niet is gevalideerd, of dat we van die plek (nog) geen waarnemingen voor Noctua ontvangen hebben.
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie Naturalis Biodiversity Center Leiden
Foto: John Dubois
Gilze - 2 juli 2009
 naar fotoalbum »


De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen