De VlinderstichtingVlindernet
Help de vlinders
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders
vorige  |  volgende
bandvoorjaarsuil  (Orthosia opima)

Familie

uilen (NOCTUIDAE)
meer informatie over deze familie »


Let bij het determineren van deze soort altijd goed op de gelijkende soorten.




Kenmerken

Voorvleugellengte: 15-17 mm. Deze Orthosia-soort heeft een gedrongen, sterk behaard borststuk en een tamelijk spits toelopende voorvleugel met een rechte voorrand. De kleur van de voorvleugel varieert van licht staalgrijs via geelachtig grijs en warm donkergrijs of donkerbruin tot grijsachtig zwart. Een brede donkere middenschaduw vormt een band die het vaak duidelijk afgetekende middenveld voor een groot deel opvult; bij sommige bruine exemplaren kan de band vaag zijn, maar hij blijft wel zichtbaar. De binnenste lob van de niervlek is niet donker gevuld. De golflijn loopt in vergelijking met de meeste andere Orthosia-soorten opvallend recht.

Gelijkende soorten

De voorvleugel van de populierenvoorjaarsuil (O. populeti) heeft een meer gebogen voorrand en een meer afgeronde achterrand waardoor de vleugel minder spits toeloopt. Meestal zijn langs de golflijn plaatselijk zwarte vlekjes aanwezig en de middenschaduw is slechts smal en meestal vaag; het mannetje heeft geveerde antennen. De variabele voorjaarsuil (O. incerta), die meestal iets groter is, heeft een licht gebogen voorrand en een vrij rechte achterrand waardoor de voorvleugel minder spits toeloopt; de vleugelpunt is wel enigszins hoekig. Bovendien bestaat de donkere band op de voorvleugel bij de variabele voorjaarsuil meestal uit een donker vlekkerig patroon. Beide gelijkende soorten hebben een minder sterke beharing op het borststuk.

Voorkomen

Vrij zeldzaam. Komt lokaal voor op de Veluwe; elders op de zandgronden en in de duinen af en toe een waarneming. RL: ernstig bedreigd.

Habitat

Vooral heiden; ook natte graslanden, moerasachtige gebieden, schorren, kwelders en slikken.

Waardplanten

Diverse kruidachtige planten, struiken en loofbomen, waaronder zuring, wilg, berk, struikhei en bosbes.

Vliegtijd en gedrag

Half maart-half mei in één generatie. De vlinders komen zowel op licht als op smeer en bezoeken wilgenkatjes en bloemen van sleedoorn.

Levenscyclus

Rups: mei-juli. De soort overwintert als pop in een cocon in de grond.

Laatste wijziging: 10 februari 2016


De kaartjes en diagrammen van de nachtvlinders op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen uit 'Noctua', het gegevensbestand van De Vlinderstichting en de Werkgroep Vlinderfaunistiek, dat is samengesteld uit waarnemingenbestanden van onder andere:

N.B. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op de betreffende locatie niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel is waargenomen, maar dat een ingevoerde waarneming nog niet is gevalideerd, of dat we van die plek (nog) geen waarnemingen voor Noctua ontvangen hebben.

De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen