De VlinderstichtingVlindernet
Help de vlinders
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders
vorige  |  volgende
kersenspinner  (Odonestis pruni)

De kersenspinner heeft bruine voorvleugels met een witte stip en een gekartelde achterrand.

Familie

spinners (LASIOCAMPIDAE)
meer informatie over deze familie »


Deze soort is goed tot redelijk goed te determineren, ook voor een serieuze beginner.




Kenmerken

Voorvleugellengte: ♂ 22-25 mm, ♀25-30 mm. Deze spinner is goed te herkennen aan de roodachtig geelbruine voorvleugel met een duidelijke scherp afstekende witte middenvlek. De zwartachtige centrale dwarslijnen steken eveneens duidelijk af en zijn fraai regelmatig gebogen. De dunnere roodachtig bruine golflijn is geschulpt. Vooral in het zoomveld vallen de donkere aderlijnen op. De achterranden van de vleugels zijn fijn gekarteld. De achtervleugel is iets lichter van kleur dan de voorvleugel en soms zijn daarop twee onduidelijke dwarslijnen zichtbaar. Ook bij deze spinner steekt de achtervleugel in rust vaak iets onder de voorvleugel uit. Beide geslachten hebben geveerde antennen, maar die van het mannetje zijn sterker geveerd dan die van het vrouwtje.

Gelijkende soorten

De kleine hageheld (Lasiocampa trifolii) en de hageheld (Lasiocampa quercus) hebben in plaats van scherp afstekende donkere dwarslijnen licht afgezette (niet altijd zichtbare) dwarslijnen op de voorvleugel. Ook missen ze de gekartelde achterrand.

Voorkomen

Zeer zeldzaam. Er zijn verspreid over het land slechts enkele waarnemingen bekend. De laatste waarneming dateert van 2015 uit Utrecht.

Habitat

Bossen, struwelen en boomgaarden.

Waardplanten

Diverse loofbomen en struiken, met een voorkeur voor prunussoorten zoals sleedoorn, pruim en zoete kers.

Vliegtijd en gedrag

Juni-begin augustus in één generatie; in gunstige jaren soms een partiële tweede generatie in de tweede helft van september. Zowel de mannetjes als de vrouwtjes komen op licht. De vlinders nemen geen voedsel op en komen dus niet op smeer.

Levenscyclus

Rups: september-juni. De soort overwintert als halfvolgroeide rups op een twijg van de waardplant. De verpopping vindt plaats in een stevige cocon.

Laatste wijziging: 21 oktober 2015


De kaartjes en diagrammen van de nachtvlinders op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen uit 'Noctua', het gegevensbestand van De Vlinderstichting en de Werkgroep Vlinderfaunistiek, dat is samengesteld uit waarnemingenbestanden van onder andere:

N.B. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op de betreffende locatie niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel is waargenomen, maar dat een ingevoerde waarneming nog niet is gevalideerd, of dat we van die plek (nog) geen waarnemingen voor Noctua ontvangen hebben.
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie Naturalis Biodiversity Center Leiden
Foto: Bernard Fransen
Foto: Wiebe Poppe
Duitsland - 10 september 2012
 naar fotoalbum »


De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen