De VlinderstichtingVlindernet
Help de vlinders
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders
vorige  |  volgende
wortelstreepgrasuil  (Mythimna sicula)

De wortelstreepgrasuil is een zeer zeldzame soort, die zich de afgelopen decennia vanuit Duitsland en België in ons land gevestigd heeft.

Familie

uilen (NOCTUIDAE)
meer informatie over deze familie »


Deze soort is moeilijk tot zeer moeilijk te determineren. Let dus altijd goed op de gelijkende soorten. Soms is genitaliën-
onderzoek nodig voor een zekere determinatie.




Kenmerken

Voorvleugellengte: 13-16 mm. Van deze soort komen twee vormen voor: de nominaatvorm sicula en de vorm scirpi.
De voorvleugel van sicula is lichtgeel tot grijsachtig geel en wordt gekenmerkt door een dunne, niet altijd even goed zichtbare, witte hoofdader die vanuit het wortelveld naar het midden van de voorvleugel loopt en daar eindigt in een kleine witte vlek. Aan de binnenkant van deze witte vlek bevindt zich een kleine zwarte punt. Onder de witte ader is een donkere schaduw zichtbaar. De achtervleugel is witachtig en enigszins grijs bestoven.
De vorm scirpi, tot voor kort beschouwd als ondersoort en bekend onder de Nederlandse naam puntlijngrasuil, heeft een meer geelachtig grijze tot (rood)bruinachtig grijze voorvleugel. Een duidelijk zichtbare witte hoofdader ontbreekt, maar de witachtige halvemaanvormige vlek midden op de vleugel met de kleine zwarte punt is wel duidelijk aanwezig. De donkere schaduw onder de hoofdader is vrij zwak. In het zoomveld ligt een duidelijke, uit zwarte stippen bestaande buitenste dwarslijn; soms is dit een dubbele stippellijn. De achtervleugel is grijsachtig wit tot donkergrijs.

Voorkomen

Zeer zeldzaam. De nominaatvorm sicula is zeer zeldzaam en incidenteel enkele malen waargenomen in Zuid-Limburg en op het eiland Tiengemeten in de Maas.
De vorm scirpi is eveneens zeer zeldzaam; de meeste waarnemingen komen uit Limburg en Gelderland, maar ook in Noord-Brabant en Zeeland wordt deze vorm sporadisch waargenomen. De vorm scirpi heeft zich de afgelopen decennia vanuit Duitsland en België uitgebreid en lijkt zich definitief in het zuiden en zuidoosten van het land gevestigd te hebben. Er bestaan aanwijzingen dat bij deze uitbreiding gebruik gemaakt wordt van lijnvormige infrastructuur zoals spoorlijnen, rivieren en kanalen. Dit houdt mogelijk verband met de warmtebehoefte van deze vorm of met de op deze plaatsen aanwezige flora. RL: ernstig bedreigd.

Habitat

Vooral kalkgraslanden; de vorm scirpi lijkt minder kieskeurig en komt voor op warme droge, voedselarme graslanden op diverse grondsoorten.

Waardplanten

Het is niet bekend van welke waardplanten de rups gebruik maakt; vermoedelijk grassen.

Vliegtijd en gedrag

Eind mei-half juli in één generatie; de vorm scirpi vliegt in twee generaties van mei-begin juli en augustus-september, waarbij de tweede generatie partieel is. De vlinders komen op licht en rusten overdag in de bodemvegetatie.

Levenscyclus

Er zijn geen rupsenvondsten bekend uit Nederland; waarschijnlijk leeft de rups van juli-september; de rups van de vorm scirpi lijkt aanwezig te zijn van juni-september en van september-oktober. De soort overwintert als pop.

Laatste wijziging: 10 februari 2016


De kaartjes en diagrammen van de nachtvlinders op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen uit 'Noctua', het gegevensbestand van De Vlinderstichting en de Werkgroep Vlinderfaunistiek, dat is samengesteld uit waarnemingenbestanden van onder andere:

N.B. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op de betreffende locatie niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel is waargenomen, maar dat een ingevoerde waarneming nog niet is gevalideerd, of dat we van die plek (nog) geen waarnemingen voor Noctua ontvangen hebben.

De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen