De VlinderstichtingVlindernet
Help de vlinders
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders
vorige  |  volgende
gestreepte rietuil  (Leucania obsoleta)

Door de donkerbruine schubben langs de witte aders op de voorvleugels maakt de gestreepte grasuil een gestreepte indruk.

Familie

uilen (NOCTUIDAE)
meer informatie over deze familie »


Let bij het determineren van deze soort altijd goed op de gelijkende soorten.




Kenmerken

Voorvleugellengte: 15-18 mm. De grondkleur van de voorvleugel is lichtbruin en rond de witte aders bevinden zich opvallende donkerbruine schubben, waardoor deze uil een gestreepte indruk maakt. Een van de hoofdaders eindigt midden op de voorvleugel in een kleine witte stip. De gebogen buitenste dwarslijn bestaat uit een aaneengesloten rij donkere stippen. Soms is een fijne spikkeling op de vleugel aanwezig. De achtervleugel is vuilwit met een donkere zone langs de achterrand.

Gelijkende soorten

De voorvleugel van de spitsvleugelgrasuil (Mythimna straminea) heeft een rechtere achterrand, de buitenste dwarslijn is vaak een niet volledige rij stippen en doordat de voorvleugel weinig donkere bestuiving heeft vallen de aders minder op; de achtervleugel is witter van kleur en heeft aan de onderzijde een duidelijke middenvlek. Bij de stompvleugelgrasuil (Mythimna impura) is de donkere bestuiving op de voorvleugel vooral geconcentreerd tot één enkele streep; de achtervleugel is over het algemeen donkerder grijs en de voorvleugel heeft aan de onderzijde een groot donker veld. De witte-l-uil (Mythimna l-album) en de komma-uil (L. comma) zijn bonter gekleurd, hebben een opvallende donkere schouderstreep en het zoomveld is tussen de aders donker gekleurd.

Voorkomen

Vrij algemeen. Komt verspreid over het land voor. RL: kwetsbaar.

Habitat

Moerasachtige gebieden en rietoevers langs rivieren, meren en sloten.

Waardplanten

Riet.

Vliegtijd en gedrag

Begin mei-eind juli in één generatie; soms een partiële tweede generatie van eind augustus-eind september. De vlinders komen zowel op licht als op smeer.

Levenscyclus

Rups: juni-april. De rups eet van de bladeren van de waardplant en verbergt zich overdag in een holle stengel. De soort overwintert als volgroeide rups in een cocon in een dode holle rietstengel of tussen losliggende dode rietstengels en verpopt zich daar in het voorjaar.

Laatste wijziging: 10 februari 2016


De kaartjes en diagrammen van de nachtvlinders op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen uit 'Noctua', het gegevensbestand van De Vlinderstichting en de Werkgroep Vlinderfaunistiek, dat is samengesteld uit waarnemingenbestanden van onder andere:

N.B. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op de betreffende locatie niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel is waargenomen, maar dat een ingevoerde waarneming nog niet is gevalideerd, of dat we van die plek (nog) geen waarnemingen voor Noctua ontvangen hebben.
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie Naturalis Biodiversity Center Leiden
Foto: Bob van de Dijk
Stedum - 27 mei 2010
 naar fotoalbum »


De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen