De VlinderstichtingVlindernet
Help de vlinders
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders
vorige  |  volgende
kuifvlinder  (Cucullia verbasci)

De kuifvlinder is een soort van de duinen, parken en tuinen en heeft toorts, helmkruid en vlinderstruik als waardplant.

Familie

uilen (NOCTUIDAE)
meer informatie over deze familie »


Deze soort is moeilijk tot zeer moeilijk te determineren. Let dus altijd goed op de gelijkende soorten. Soms is genitaliën-
onderzoek nodig voor een zekere determinatie.




Kenmerken

Voorvleugellengte: 19-24 mm. Deze uil houdt in rusthouding de vleugels dicht tegen het lichaam gedrukt en valt daardoor nauwelijks op tegen een dood stuk stengel. Net als bij de andere Cucullia-soorten is de halskraag behaard, waardoor de vlinder een kap op lijkt te hebben. De kleur van de voorvleugel bestaat uit diverse schakeringen bruin: langs de voorrand en de binnenrand donker roodachtig, soms bijna zwartachtig bruin en in de baan daartussen geelachtig bruin of licht strokleurig, soms met een grijze tint. Donkere exemplaren met erg brede donkerbruine vleugelranden zijn over het algemeen vrouwtjes. De franje langs de achterkant van de vleugels is geschulpt. De achtervleugel van het mannetje is grijsachtig wit met donkere aders en een onduidelijk begrensde donkere zoom; op de onderzijde bevindt zich een duidelijke middenvlek. De achtervleugel van het vrouwtje is zwartachtig grijs met soms een lichter wortelveld.

Gelijkende soorten

De helmkruidvlinder (C. scrophulariae) is op grond van vleugelkenmerken nauwelijks van de kuifvlinder te onderscheiden; vaak is de vlinder iets lichter van kleur en is de voorrand minder roodachtig bruin, maar meer bruin met een grijze tot zwartachtig grijze bestuiving. Bij de witte halvemaanvormige vlekken langs de binnenrand heeft de helmkruidvlinder twee witte veegjes die bij kuifvlinder minder duidelijk zijn. Zie ook de astermonnik (C. asteris).

Voorkomen

Zeldzaam. Komt vooral voor in de duinen en verspreid op de zandgronden in het binnenland; elders slechts af en toe een waarneming. RL: niet bedreigd.

Habitat

Duinen en andere open zonnige plaatsen; soms parken en tuinen.

Waardplanten

Toorts, helmkruid en vlinderstruik.

Vliegtijd en gedrag

Eind april-begin juli in één generatie. De vlinders komen op licht en bezoeken bloemen.

Levenscyclus

Rups: mei-juli. De rups foerageert zowel ´s nachts als overdag, vooral op de bladeren van de waardplant. De soort overwintert als pop in een stevige cocon in de grond (soms meerdere jaren).

Laatste wijziging: 19 februari 2016


De kaartjes en diagrammen van de nachtvlinders op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen uit 'Noctua', het gegevensbestand van De Vlinderstichting en de Werkgroep Vlinderfaunistiek, dat is samengesteld uit waarnemingenbestanden van onder andere:

N.B. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op de betreffende locatie niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel is waargenomen, maar dat een ingevoerde waarneming nog niet is gevalideerd, of dat we van die plek (nog) geen waarnemingen voor Noctua ontvangen hebben.
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie Naturalis Biodiversity Center Leiden
Foto: Arnold Wijker
De kuifvlinder is op uiterlijke kenmerken nauwelijks te onderscheiden van de helmkruidvlinder; dit exemplaar is gekweekt uit een gedetermineerde rups.
Egmond aan zee - 15 april 2010
Foto: Rick Willemsen
Monster - 15 juni 2016
 naar fotoalbum »


De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen