De VlinderstichtingVlindernet
Help de vlinders
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders
vorige  |  volgende
geelbruine houtuil  (Lithophane socia)

Diverse loofbomen, struiken en kruiden vormen de waardplanten van de geelbruine houtuil, een zeer zeldzame soort.

Familie

uilen (NOCTUIDAE)
meer informatie over deze familie »


Deze soort is moeilijk tot zeer moeilijk te determineren. Let dus altijd goed op de gelijkende soorten. Soms is genitaliën-
onderzoek nodig voor een zekere determinatie.




Kenmerken

Voorvleugellengte: 17-20 mm. Deze uil lijkt qua rusthouding en vorm sterk op de bruine essenuil (L. semibrunnea) – met name de prominente schouders vallen ook hier op. Eveneens komt de tekening sterk overeen. De voorvleugel heeft een lichte geelachtig bruine grondkleur, soms met een okerkleurige tint, soms met grijs vermengd. In het middenveld is een middenschaduw zichtbaar. Deze bevat in de binnenrandhelft een grijs- tot zwartachtige vlek. Soms is deze klein en onduidelijk, maar doorgaans maakt deze deel uit van een opvallende grotere donkere vlek die zich uit kan strekken tot in het wortelveld en het zoomveld. Deze vlek raakt nooit de binnenrand van de vleugel zoals bij de bruine essenuil. Hierdoor zijn in rusthouding twee afzonderlijke vlekken zichtbaar in plaats van één. De ringvlek en niervlek zijn vaag zichtbaar als lichte, vaak extra licht omrande vlekken. De niervlek steekt via deze lichte rand in combinatie met een donkere rand nog eens extra sterk af tegen de donkere tekening in de binnenrandhelft. Langs de achterrand van de voorvleugel bevinden zich donkere pijlvormige vlekken en streepjes. De langste bevinden zich in de binnenrandshoek. De achtervleugel is bruinachtig grijs.

Gelijkende soorten

Zie de bruine essenuil (L. semibrunnea) en de brildrager (Egira conspicillaris).

Voorkomen

Zeldzaam. Een soort die af en toe wordt waargenomen in het zuiden en midden van het land. RL: ernstig bedreigd.

Habitat

Loofbossen en parken.

Waardplanten

Diverse loofbomen en struiken, waaronder eik, wilg, berk, appel, paardenkastanje, braam en liguster; soms kruidachtige planten.

Vliegtijd en gedrag

Half augustus-begin oktober en na de overwintering maart-eind april in één generatie. De vlinders zijn vanaf de schemering actief; in het najaar bezoeken ze bloemen van klimop en overrijpe bramen, in het voorjaar wilgenkatjes. De vlinders komen zowel op licht als op smeer.

Levenscyclus

Rups: april-juni. De rups maakt een stevige cocon in de grond, waarin ongeveer een maand later de verpopping plaatsvindt. De soort overwintert als vlinder, verborgen achter losse boomschors of op een andere beschutte plaats. De paring vindt plaats in het voorjaar.

Laatste wijziging: 12 april 2016


De kaartjes en diagrammen van de nachtvlinders op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen uit 'Noctua', het gegevensbestand van De Vlinderstichting en de Werkgroep Vlinderfaunistiek, dat is samengesteld uit waarnemingenbestanden van onder andere:

N.B. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op de betreffende locatie niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel is waargenomen, maar dat een ingevoerde waarneming nog niet is gevalideerd, of dat we van die plek (nog) geen waarnemingen voor Noctua ontvangen hebben.
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie Naturalis Biodiversity Center Leiden
Foto: Dieder Plu
Zammelsbroek - 25 maart 2011
 naar fotoalbum »


De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen