De VlinderstichtingVlindernet
Help de vlinders
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders
vorige  |  volgende
adusta-uil  (Mniotype adusta)

De achterrand van de niervlek van de adusta-uil is wit en heeft een opvallend uitsteeksel.

Familie

uilen (NOCTUIDAE)
meer informatie over deze familie »


Deze soort is moeilijk tot zeer moeilijk te determineren. Let dus altijd goed op de gelijkende soorten. Soms is genitaliën-
onderzoek nodig voor een zekere determinatie.




Kenmerken

Voorvleugellengte: 18-21 mm. De brede voorvleugel van deze uil loopt vrij spits toe. De grondkleur varieert van licht- tot donkerbruin, soms met een roodachtige tint, of zwartachtig bruin met een grijsachtige spikkeling. De achterrand van de niervlek is wit en heeft in het midden vaak een opvallend uitsteeksel. Evenwijdig aan de binnenrand van de voorvleugel loopt een dikke zwarte streep die de binnenste en de buitenste dwarslijn met elkaar verbindt; in sommige gevallen is de streep dun en bereikt deze de buitenste dwarslijn niet. Halverwege de golflijn bevindt zich een duidelijke W en in het wortelveld ligt een onregelmatig gevormde zwarte streep. De achtervleugel is witachtig.

Gelijkende soorten

Zie de roestuil (M. satura). Exemplaren met een onvolledige zwarte streep tussen de centrale dwarslijnen kunnen verward worden met de kooluil (Mamestra brassicae), die echter grijzer van kleur is en op de voorpoten doorgaans een stekel heeft; de zwarte wortelstreep ontbreekt. De grauwe grasuil (Apamea remissa) is kleiner, heeft een minder spits toelopende voorvleugel en is grijzer van kleur. De w-uil (Lacanobia thalassina) is kleiner en heeft, evenals de kooluil, haren op de ogen.

Voorkomen

Zeldzaam. Wordt verspreid over het land af en toe waargenomen; de meeste waarnemingen komen van de Veluwe. RL: ernstig bedreigd.

Habitat

Heiden, bossen, graslanden en duinen.

Waardplanten

Diverse planten, struiken en loofbomen, waaronder silene, struikhei, wilde gagel en els; ook grassen.

Vliegtijd en gedrag

Begin mei-begin augustus in één generatie. De vlinders komen zowel op licht als op smeer en bezoeken bloemen.

Levenscyclus

Rups: juni-april. De rups is ´s nachts actief en verbergt zich overdag tussen gras of mos. De soort overwintert als volgroeide rups in een cocon in de grond en verpopt zich daar in april.

Laatste wijziging: 22 februari 2016


De kaartjes en diagrammen van de nachtvlinders op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen uit 'Noctua', het gegevensbestand van De Vlinderstichting en de Werkgroep Vlinderfaunistiek, dat is samengesteld uit waarnemingenbestanden van onder andere:

N.B. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op de betreffende locatie niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel is waargenomen, maar dat een ingevoerde waarneming nog niet is gevalideerd, of dat we van die plek (nog) geen waarnemingen voor Noctua ontvangen hebben.
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie P. Rooy
Foto: Rob Compaijen
Noord-Veluwe - 19 juni 2010
 naar fotoalbum »


De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen