
donkere korstmosuil (Bryophila raptricula)
Rupsen van de donkere korstmosuil overwinteren tussen korstmossen. Familieuilen (NOCTUIDAE)meer informatie over deze familie » KenmerkenVoorvleugellengte: 12-14 mm. Deze uil is door de lange, smalle voorvleugel goed te onderscheiden van de andere korstmosuilen. De kleur van de voorvleugel kan variëren, maar is meestal donker bruinachtig grijs. Bij deze donkere exemplaren is de tekening doorgaans vaag; het meest opvallend is het witachtig grijze uiteinde van de buitenste dwarslijn dat haaks op de binnenrand staat. Bij lichtere exemplaren zijn de centrale dwarslijnen, de ringvlek en de niervlek meestal goed zichtbaar. De niervlek maakt deel uit van een lichter gekleurde vlek aan de binnenzijde van de sterk naar buiten gebogen buitenste dwarslijn. De achtervleugel is bruinachtig wit.VoorkomenEen zeldzame soort die lokaal voorkomt ten zuiden van de lijn Amsterdam-Zwolle.HabitatVooral stedelijk gebied; ook allerlei open gebieden.WaardplantenKorstmossen op stenen, muren, daken en bomen.Vliegtijd en gedragHalf juni-begin oktober in één generatie. De vlinders komen op licht.LevenscyclusRups: september-mei. De soort overwintert als jonge rups tussen korstmossen.Laatste wijziging: 27 oktober 2011 De kaartjes en diagrammen van de nachtvlinders op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen uit 'Noctua', het gegevensbestand van De Vlinderstichting en de Werkgroep Vlinderfaunistiek, dat is samengesteld uit waarnemingenbestanden van onder andere: ![]() N.B. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op de betreffende locatie niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel is waargenomen, maar dat een ingevoerde waarneming nog niet is gevalideerd, of dat we van die plek (nog) geen waarnemingen voor Noctua ontvangen hebben. |
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie P. Rooy |
||
