De VlinderstichtingVlindernet
Help de vlinders
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders
vorige  |  volgende
schijn-piramidevlinder  (Amphipyra berbera)

Rupsen van de schijn-piramidevlinder zijn gemakkelijker te onderscheiden van die van de piramidevlinder dan de vlinders zelf.

Familie

uilen (NOCTUIDAE)
meer informatie over deze familie »


Deze soort is moeilijk tot zeer moeilijk te determineren. Let dus altijd goed op de gelijkende soorten. Soms is genitaliën-
onderzoek nodig voor een zekere determinatie.




Kenmerken

Voorvleugellengte: 21-26 mm. Deze uil lijkt qua tekening zeer sterk op de piramidevlinder (A. pyramidea), maar is gemiddeld iets kleiner en grijzer van kleur. Zwartbruine exemplaren komen bij deze soort nauwelijks voor. Het achterlijf is doorgaans geheel donker gekleurd. De palpen zijn vanaf de voorkant bekeken donkerbruin met een licht uiteinde aan het laatste segment (zie de extra opmerking bij Meer over gelijkende soorten). De binnenste en de buitenste dwarslijn hebben altijd dezelfde, geelachtige kleur.

Gelijkende soorten

Voor enkele subtiele verschillen in vleugeltekening, zie de piramidevlinder (A. pyramidea). Tussen beide soorten is echter vrij veel overlap in de genoemde kenmerken en bovendien zijn sommige kenmerken bij afgevlogen exemplaren niet goed zichtbaar. Een enkel kenmerk is daarom nooit voldoende om de soorten met zekerheid van elkaar te onderscheiden. Een combinatie van de genoemde kenmerken is meestal wel overtuigend genoeg om de goede soort vast te stellen. Zie ook de grote piramidevlinder (A. perflua).

Voorkomen

Vrij algemeen. Komt verspreid over het land voor. RL: niet bedreigd.

Habitat

Bossen, struwelen, parken en tuinen.

Waardplanten

Diverse loofbomen en struiken, waaronder eik, wilg, beuk, linde en rododendron.

Vliegtijd en gedrag

Half juli-eind september in één generatie. De vlinders komen op smeer en op bloedende bomen; ze worden geregeld op licht aangetroffen. Overdag verbergen ze zich in holle bomen, achter schors, in nestkasten of in gebouwen, soms samen met exemplaren van Amphipyra pyramidea.

Levenscyclus

Rups: april-juni. De rupsen hebben een niet onderbroken zijlijn en het puntje op het laatste segment is rood gekleurd. De verpopping vindt plaats in een cocon in de strooisellaag of in de grond. De soort overwintert als ei in een bastspleet.

Laatste wijziging: 2 maart 2016


De kaartjes en diagrammen van de nachtvlinders op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen uit 'Noctua', het gegevensbestand van De Vlinderstichting en de Werkgroep Vlinderfaunistiek, dat is samengesteld uit waarnemingenbestanden van onder andere:

N.B. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op de betreffende locatie niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel is waargenomen, maar dat een ingevoerde waarneming nog niet is gevalideerd, of dat we van die plek (nog) geen waarnemingen voor Noctua ontvangen hebben.
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie Naturalis Biodiversity Center Leiden
Foto: Maurice Franssen
Nijmegen - 13 juni 2010
Foto: Stieneke Bontsema
Winterswijk - 16 mei 2009
 naar fotoalbum »


De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen