De VlinderstichtingVlindernet
Help de vlinders
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders
vorige  |  volgende
donkere iepenuil  (Cosmia affinis)

Familie

uilen (NOCTUIDAE)
meer informatie over deze familie »


Let bij het determineren van deze soort altijd goed op de gelijkende soorten.




Kenmerken

Voorvleugellengte: 12-16 mm. Deze uil houdt in rust de vleugels dicht tegen het lichaam gedrukt. De binnenrand van de roodachtig bruine voorvleugel is naar binnen gebogen. De wit afgezette dwarslijnen vertonen vlak voor de voorrand een scherpe knik; de witte afzetting verbreedt zich hier tot een dikke witte lijn of een kleine driehoekige vlek. Ook aan het uiteinde van de vaag zichtbare golflijn bevindt zich een witachtige vlek. Deze vormt in combinatie met de witte vlek aan het uiteinde van de buitenste dwarslijn een zwakke halvemaanvormige vlek. De ringvlek en de niervlek zijn slechts vaag zichtbaar; de ringvlek is gereduceerd tot een zwart puntje dat lichtbruin omrand is. De achtervleugel is donker, soms bijna zwart van kleur met een vrij brede crèmekleurige achterrand en een iets smallere crèmekleurige voorrand.

Gelijkende soorten

De iepenuil (C. diffinis) heeft bredere en veel scherper afgetekende witte vlekken langs de voorrand en er zijn geen ringvlek en niervlek zichtbaar. Het maanuiltje (C. pyralina) heeft dicht bij de vleugelpunt een duidelijker en meer uitgesproken halvemaanvormige vlek, die roze- en purperachtig getint en wit omrand is; de binnenste dwarslijn is over de hele breedte van de vleugel sterk gegolfd. Beide gelijkende soorten hebben een lichtbruine achtervleugel.

Voorkomen

Vrij algemeen. Komt vooral voor in de kustprovincies en lokaal op de zandgronden; elders af en toe een waarneming. RL: kwetsbaar.

Habitat

Bossen, duinen, struwelen en windsingels; ook open gebieden met solitaire iepen.

Waardplanten

Iep en eik.

Vliegtijd en gedrag

Eind juni-eind september in één generatie. De vlinders komen zowel op licht (vaak al vroeg in de avond) als op smeer.

Levenscyclus

Rups: april-juni. De rups leeft tussen samengesponnen bladeren. De rups is kannibalistisch, ook als er voldoende voedsel aanwezig is. De verpopping vindt plaats in een cocon in de strooisellaag. De soort overwintert als ei.

Laatste wijziging: 2 maart 2016


De kaartjes en diagrammen van de nachtvlinders op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen uit 'Noctua', het gegevensbestand van De Vlinderstichting en de Werkgroep Vlinderfaunistiek, dat is samengesteld uit waarnemingenbestanden van onder andere:

N.B. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op de betreffende locatie niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel is waargenomen, maar dat een ingevoerde waarneming nog niet is gevalideerd, of dat we van die plek (nog) geen waarnemingen voor Noctua ontvangen hebben.

De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen