De VlinderstichtingVlindernet
Help de vlinders
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders
vorige  |  volgende
variabele grasuil  (Apamea crenata)

Familie

uilen (NOCTUIDAE)
meer informatie over deze familie »


Let bij het determineren van deze soort altijd goed op de gelijkende soorten.




Kenmerken

Voorvleugellengte: 18-22 mm. Een variabele soort met twee duidelijke kleurvormen. De ene vorm heeft een lichte geelachtig bruine, enigszins rood of grijs getinte voorvleugel met een fijne tekening van streepjes en stippen; vooral langs de binnenrand is de vleugel vaak grijsachtig wit. Opvallend zijn de donkerbruine schouders die bij de binnenrand van de vleugel uitlopen in twee zwarte strepen waarvan de uiteinden in rusthouding naar elkaar toe lijken te lopen. Langs de voorrand van de vleugel bevinden zich verschillende schuin naar achteren lopende roodachtig bruine vlekken en vegen; de vlek waarin de ringvlek en de niervlek liggen is het grootst en valt het meest op. Ook langs de achterrand van de vleugel bevinden zich roodachtig bruine getande vlekken, waarvan de meest opvallende zich in de binnenrandhoek bevindt; soms maken deze vlekken deel uit van een smalle band langs de achterrand. De andere kleurvorm heeft een roodachtig donkerbruine tot kastanjebruine voorvleugel die vrij effen getekend is en waarop eigenlijk alleen de geelachtig omlijnde ringvlek en niervlek opvallen. Soms komen zwartachtig bruine of zwartachtig rode vlinders zonder lichte tekening voor en ook worden af en toe tussenvormen waargenomen.

Gelijkende soorten

De bonter getekende zwartrandgrasuil (A. epomidion) heeft in het wortelveld twee zwarte strepen, de zwarte punten aan het uiteinde van de schouders lijken in rusthouding uiteen te lopen en de uilvlekken zijn gedeeltelijk duidelijk zwart omrand; in het zoomveld ligt een duidelijke lichte golflijn, maar de donkere naar binnen gerichte vlekken aan de binnenzijde van de golflijn zijn minder uitgesproken. Zie ook de pijpenstro-uil (A. aquila), de okergele grasuil (A. sublustris) en de steenrode grasuil (A. lateritia).

Voorkomen

Algemeen. Komt verspreid over het hele land voor. RL: gevoelig.

Habitat

Graslanden, moerassen, bosranden en tuinen.

Waardplanten

Diverse grassen, waaronder kropaar.

Vliegtijd en gedrag

Eind april-half juli in één generatie. De vlinders vliegen vanaf de schemering en komen zowel op licht als op smeer; vaak worden ze laag vliegend boven graslanden gezien. Ze bezoeken bloemen van onder andere vlinderstruik.

Levenscyclus

Rups: augustus-april. Jonge rupsen leven in de bloeiwijze van de waardplant; oudere rupsen foerageren ´s nachts op de bladeren en verbergen zich overdag dicht bij de grond. De soort overwintert als rups en verpopt zich in een holte tussen de wortels van de waardplant of tussen grasresten op de grond.

Laatste wijziging: 9 maart 2016


De kaartjes en diagrammen van de nachtvlinders op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen uit 'Noctua', het gegevensbestand van De Vlinderstichting en de Werkgroep Vlinderfaunistiek, dat is samengesteld uit waarnemingenbestanden van onder andere:

N.B. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op de betreffende locatie niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel is waargenomen, maar dat een ingevoerde waarneming nog niet is gevalideerd, of dat we van die plek (nog) geen waarnemingen voor Noctua ontvangen hebben.
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie Naturalis Biodiversity Center Leiden
Foto: Meint Mulder
Kolham - 27 mei 2009
 naar fotoalbum »


De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen