De VlinderstichtingVlindernet
Help de vlinders
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders
vorige  |  volgende
rietgrasuil  (Apamea unanimis)

Familie

uilen (NOCTUIDAE)
meer informatie over deze familie »


Let bij het determineren van deze soort altijd goed op de gelijkende soorten.




Kenmerken

Voorvleugellengte: 15-17 mm. Deze Apamea-soort is te herkennen aan de geringe grootte en de altijd duidelijk afstekende witte rand aan de holle achterzijde van de niervlek. De voorvleugel heeft een lichte tot donkere, roodachtig bruine of olijfbruine kleur en een variabel, soms ruw aandoend gemarmerd uiterlijk. Naast exemplaren met een gelijkmatig getekende voorvleugel zijn er vlinders waarbij de ringvlek en de niervlek, het wortelveld en de brede bandvormige binnenste zone van het zoomveld duidelijk afsteken tegen de donkerdere ondergrond. In het wortelveld liggen twee zwarte strepen: één in het midden en één bij de binnenrand van de vleugel. De streep in het midden vormt samen met de zwartachtige zijkant van de schouder een opvallende, forse zwarte veeg. Op de achtervleugel is een duidelijke halvemaanvormige vlek aanwezig, die bij andere Apamea-soorten ontbreekt.

Gelijkende soorten

De halmrupsvlinder (Mesapamea secalis) en het weidehalmuiltje (M. secalella), die beide buitengewoon variabel zijn, hebben een minder spits toelopende voorvleugel en missen de forse zwarte streep in het midden van het wortelveld; bovendien is de halvemaanvormige vlek op de achtervleugel, die het beste zichtbaar is aan de onderzijde, kleiner en smaller. Zie ook de tweekleurige grasuil (A. illyria).

Klik hier voor gedetailleerde verschillen met illustraties tussen Apamea unanimis en A. illyria en de beide Mesapamea-soorten.

Voorkomen

Vrij algemeen. Komt verspreid over het land voor. RL: kwetsbaar.

Habitat

Moerassen, oevers van meren en vijvers, vochtige graslanden en vochtige open bossen.

Waardplanten

Diverse grassen, waaronder rietgras en bochtige smele.

Vliegtijd en gedrag

Begin mei-begin augustus in één generatie. De vlinders komen zowel op licht als op smeer en bezoeken bloemen.

Levenscyclus

Rups: september-maart. De soort overwintert als volgroeide rups in de strooisellaag of op een andere beschutte plaats. De verpopping vindt plaats in de strooisellaag of in een dode holle plantenstengel.

Laatste wijziging: 9 maart 2016


De kaartjes en diagrammen van de nachtvlinders op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen uit 'Noctua', het gegevensbestand van De Vlinderstichting en de Werkgroep Vlinderfaunistiek, dat is samengesteld uit waarnemingenbestanden van onder andere:

N.B. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op de betreffende locatie niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel is waargenomen, maar dat een ingevoerde waarneming nog niet is gevalideerd, of dat we van die plek (nog) geen waarnemingen voor Noctua ontvangen hebben.
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie Naturalis Biodiversity Center Leiden
Foto: Bob van de Dijk
Enumatil - 10 juni 2008
Foto: Gerrit de Ruiter
Eempolder - 27 september 2011
 naar fotoalbum »


De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen