De VlinderstichtingVlindernet
Help de vlinders
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders
vorige  |  volgende
zwartrandgrasuil  (Apamea epomidion)

Familie

uilen (NOCTUIDAE)
meer informatie over deze familie »


Deze soort is moeilijk tot zeer moeilijk te determineren. Let dus altijd goed op de gelijkende soorten. Soms is genitaliën-
onderzoek nodig voor een zekere determinatie.




Kenmerken

Voorvleugellengte: 17-20 mm. Het opvallendste kenmerk van deze variabele soort is de zwartachtige tekening in het middenveld: de ringvlek is gedeeltelijk omrand met een dikke zwarte lijn en staat via een dunne zwarte lijn in verbinding met de eveneens gedeeltelijk zwart omrande niervlek. In het wortelveld bevinden zich twee zwarte strepen, één vlak bij de binnenrand van de vleugel en één halverwege de voorrand en de binnenrand. De laatstgenoemde streep accentueert in rusthouding de punten van de donkerbruine schouders die enigszins uiteen lijken te lopen. De enigszins golvende lichte golflijn is in het midden getand en heeft aan de binnenzijde twee onduidelijke zwartachtige wigvormige vlekken. Door de ongelijkmatige donkere roodachtig bruine en zwartachtige tekening op de geelachtig bruine, soms roodachtig getinte ondergrond, vertoont de vlinder vaak een vlekkerig patroon. De uitgebreidheid van de donkere tekening is variabel; sommige exemplaren zijn vrij licht, andere maken een veel donkerdere indruk. Bij lichte vlinders vallen de uilvlekken nauwelijks op doordat deze dezelfde kleur hebben als de grondkleur van de vleugel; bij donkere exemplaren valt de niervlek wel goed op.

Gelijkende soorten

Zie de variabele grasuil (A. crenata).

Voorkomen

Zeldzaam. Wordt sinds 2008 waargenomen op enkele locaties in Zuid-Limburg en in Zeeland; was daarvoor lange tijd (sinds 1959) niet gezien.

Habitat

Loofbossen en struwelen; soms parken en tuinen.

Waardplanten

Diverse grassen, waaronder kropaar en ruwe smele.

Vliegtijd en gedrag

Juni-juli in één generatie. De vlinders komen zowel op licht als op smeer.

Levenscyclus

Rups: augustus-maart. De rups foerageert ´s nachts en verbergt zich overdag dicht bij de grond in een opgerold blad; jonge rupsen foerageren ook overdag. De soort overwintert als rups en verpopt zich in een cocon in de strooisellaag.

Laatste wijziging: 9 maart 2016


De kaartjes en diagrammen van de nachtvlinders op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen uit 'Noctua', het gegevensbestand van De Vlinderstichting en de Werkgroep Vlinderfaunistiek, dat is samengesteld uit waarnemingenbestanden van onder andere:

N.B. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op de betreffende locatie niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel is waargenomen, maar dat een ingevoerde waarneming nog niet is gevalideerd, of dat we van die plek (nog) geen waarnemingen voor Noctua ontvangen hebben.
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie Naturalis Biodiversity Center Leiden
Foto: Guido Verschoor
Schin op Geul - 8 juni 2008
 naar fotoalbum »


De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen