De VlinderstichtingVlindernet
Help de vlinders
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders
vorige  |  volgende
oranjegeel halmuiltje  (Oligia fasciuncula)

Familie

uilen (NOCTUIDAE)
meer informatie over deze familie »


Let bij het determineren van deze soort altijd goed op de gelijkende soorten.




Kenmerken

Voorvleugellengte: 10-12 mm. Een kleine, tamelijk gedrongen en meestal goed te herkennen Oligia-soort. Het belangrijkste kenmerk is de brede donkere verbindingsbalk tussen de centrale dwarslijnen. De binnenste dwarslijn is aan de binnenzijde witgerand en de buitenste dwarslijn is aan de buitenzijde witgerand; vooral dicht bij de binnenrand van de vleugel valt dit goed op. Het middenveld is iets donkerder dan de rest van de voorvleugel en vormt zo een middenband; deze loopt sterk breed uit naar de voorrand van de vleugel. Tussen de golflijn en de achterrand van de voorvleugel bevindt zich een donkerder gekleurd veld. Er zijn twee kleurvormen te onderscheiden: sommige vlinders hebben een oranjebruine voorvleugel, andere hebben een licht grijsachtig bruine vleugel. Er is weinig variatie in tekening.

Gelijkende soorten

Het zandhalmuiltje (Mesoligia furuncula) is slanker gebouwd en heeft een opvallend rechte scheidingslijn tussen de binnenste en de buitenste vleugelhelft; en verder is vaak ook een middenband zichtbaar, die echter smal is en niet sterk breed uitloopt naar de vleugelvoorrand. Bovendien begint deze soort over het algemeen pas te vliegen als het oranjegeel halmuiltje uitgevlogen is.
Het duinhalmuiltje (Litoligia literosa) heeft ook een rechte scheidingslijn halverwege de voorvleugel en eveneens een relatief smalle en minder breed uitlopende middenband.
Klik hier voor gedetailleerde verschillen met illustraties tussen Oligia fasciuncula, Mesoligia furuncula en Litoligia literosa.
Het vrouwtje van de bochtige smele-uil (Photedes minima) is slanker gebouwd.

Voorkomen

Zeer algemeen. Komt verspreid over het hele land voor. RL: niet bedreigd.

Habitat

Vochtige graslanden, moerassen, bosranden en open plekken in het bos; ook tuinen.

Waardplanten

Diverse grassen, waaronder ruwe smele.

Vliegtijd en gedrag

Half mei-begin juli in één generatie; latere meldingen, vooral uit augustus, berusten waarschijnlijk op een foute determinatie of het per ongeluk verwisselen van namen (dit betreft verwisseling met Mesoligia furuncula). De vlinders komen zowel op licht als op smeer en bezoeken bloemen.

Levenscyclus

Rups: augustus-begin mei. De rups foerageert ´s nachts onbeschut op de bladeren en verbergt zich overdag in een halm van de waardplant. De soort overwintert als rups. De verpopping vindt plaats in een losse cocon dicht bij de grond.

Laatste wijziging: 9 maart 2016


De kaartjes en diagrammen van de nachtvlinders op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen uit 'Noctua', het gegevensbestand van De Vlinderstichting en de Werkgroep Vlinderfaunistiek, dat is samengesteld uit waarnemingenbestanden van onder andere:

N.B. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op de betreffende locatie niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel is waargenomen, maar dat een ingevoerde waarneming nog niet is gevalideerd, of dat we van die plek (nog) geen waarnemingen voor Noctua ontvangen hebben.
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie Naturalis Biodiversity Center Leiden
Foto: Bob van de Dijk
Enumatil - 13 juni 2010
Foto: Huig Bouter
Lisse - 31 mei 2008
 naar fotoalbum »


De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen