De VlinderstichtingVlindernet
Help de vlinders
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders
vorige  |  volgende
stippelrietboorder  (Protarchanara brevilinea)

Familie

uilen (NOCTUIDAE)
meer informatie over deze familie »


Let bij het determineren van deze soort altijd goed op de gelijkende soorten.




Kenmerken

Voorvleugellengte: 14-17 mm. De voorrand en de achterrand van de vrij brede, zandbruine voorvleugel vormen een bijna rechte hoek. Verder is deze uil goed te onderscheiden van de gelijkende soorten door de vrij sterke zwartachtige spikkeling en bestuiving, vooral rond de hoofdader in het midden van de voorvleugel en langs de aders in het zoomveld. De centrale dwarslijnen zijn zichtbaar als donkere stippellijnen. Sommige exemplaren hebben een duidelijke korte zwarte wortelstreep, los van de genoemde donkere veeg langs de hoofdader.

Gelijkende soorten

De geelbruine rietboorder (Archanara dissoluta) is kleiner, heeft een meer afgeronde, smaller toelopende vleugelpunt en een duidelijke niervlek. De egelskopboorder (Globia sparganii) en de moerasplantenboorder (G. algae) zijn groter en de voorvleugel heeft doorgaans een gelijkmatiger uiterlijk en een vrij scherpe hoekige vleugelpunt. De egelskopboorder heeft bovendien meestal een opvallende niervlek in de vorm van een halve ring en een uit zwarte stippen bestaande franjelijn. Geen van de genoemde soorten heeft een duidelijke wortelstreep, hoewel met name bij de egelskopboorder de donkere veeg langs de hoofdader al in de vleugelwortel kan beginnen.

Voorkomen

Zeer zeldzaam. Rond de jaren vijftig van de vorige eeuw bevond zich een kleine populatie in de Alde Feanen bij Eernewoude. In de twintigste eeuw is deze soort slechts driemaal waargenomen: in 2004 in de Weerribben, in 2007 op het eiland Griend in de Waddenzee en in 2012 op Texel.

Habitat

Rietlanden, met name de iets drogere gedeelten die regelmatig gesneden worden.

Waardplanten

Riet.

Vliegtijd en gedrag

Half juli-eind augustus in één generatie. De vlinders zijn actief vanaf de schemering en komen zowel op licht als op smeer en bezoeken honingdauw.

Levenscyclus

Rups: april-juni. De rups leeft eerst in het bovenste gedeelte van de stengel van de waardplant, later op de halmen. De verpopping vindt plaats in een cocon in de strooisellaag. De soort overwintert als ei op een levende of dode rietstengel.

Laatste wijziging: 9 maart 2016


De kaartjes en diagrammen van de nachtvlinders op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen uit 'Noctua', het gegevensbestand van De Vlinderstichting en de Werkgroep Vlinderfaunistiek, dat is samengesteld uit waarnemingenbestanden van onder andere:

N.B. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op de betreffende locatie niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel is waargenomen, maar dat een ingevoerde waarneming nog niet is gevalideerd, of dat we van die plek (nog) geen waarnemingen voor Noctua ontvangen hebben.

De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen