De VlinderstichtingVlindernet
Help de vlinders
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders
vorige  |  volgende
moerasspirea-uil  (Athetis pallustris)

Familie

uilen (NOCTUIDAE)
meer informatie over deze familie »


Deze soort is moeilijk tot zeer moeilijk te determineren. Let dus altijd goed op de gelijkende soorten. Soms is genitaliën-
onderzoek nodig voor een zekere determinatie.




Kenmerken

Voorvleugellengte: ♂ 15-16 mm, ♀ 9-11 mm. Het mannetje van deze uil heeft een relatief smalle en afgeronde vleugel met een reebruine tot grijsachtige grondkleur. De niervlek en de enigszins langwerpige ringvlek zijn klein, donker en goed zichtbaar. Het vrouwtje is veel kleiner en heeft een donkerbruine voorvleugel met een bij de vleugelwortel sterk gebogen voorrand. De niervlek is goed zichtbaar, maar de ringvlek is vaag of afwezig. Zowel het mannetje als het vrouwtje hebben een kenmerkende manier van voortbewegen. Het mannetje is opvallend licht gebouwd en komt stuntelig fladderend op licht aanvliegen; het vrouwtje kan nauwelijks vliegen, maar wel snel lopen, ongeveer op dezelfde manier als een kever.

Gelijkende soorten

De gewone stofuil (Hoplodrina octogenaria) en de egale stofuil (Hoplodrina blanda) zijn steviger gebouwd en hebben een grotere niervlek. De zuidelijke stofuil (Hoplodrina ambigua) heeft net als de moerasspirea-uil een opvallend witte achtervleugel, maar heeft grotere, licht omlijnde uilvlekken op de voorvleugel. De huisuil (Caradrina clavipalpis) heeft donkere vlekjes langs de voorrand. Zie ook de bleke stofuil (A. gluteosa).

Voorkomen

Zeer zeldzaam. Een soort waarvan verspreid over het land slechts enkele recente waarnemingen bekend zijn. RL: ernstig bedreigd.

Habitat

Moerassen, natte weilanden en hooilanden.

Waardplanten

Moerasspirea, smalle weegbree en mogelijk andere kruidachtige planten.

Vliegtijd en gedrag

Half mei-half juli in één generatie. Het mannetje komt op licht, het vrouwtje is bij warm weer soms aan het eind van de middag actief.

Levenscyclus

Rups: juni-april. De volgroeide rups overwintert in een stevig spinsel op of in de grond. In het voorjaar is de rups nog een korte periode actief en in april vindt de verpopping plaats in een cocon op of in de strooisellaag.

Laatste wijziging: 16 september 2014


De kaartjes en diagrammen van de nachtvlinders op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen uit 'Noctua', het gegevensbestand van De Vlinderstichting en de Werkgroep Vlinderfaunistiek, dat is samengesteld uit waarnemingenbestanden van onder andere:

N.B. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op de betreffende locatie niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel is waargenomen, maar dat een ingevoerde waarneming nog niet is gevalideerd, of dat we van die plek (nog) geen waarnemingen voor Noctua ontvangen hebben.

De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen