De VlinderstichtingVlindernet
Help de vlinders
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders
vorige  |  volgende
huisuil  (Caradrina clavipalpis)

Familie

uilen (NOCTUIDAE)
meer informatie over deze familie »


Let bij het determineren van deze soort altijd goed op de gelijkende soorten.




Kenmerken

Voorvleugellengte: 12-15 mm. De vrij smalle voorvleugel van deze uil heeft een lichte tot donkere bruinachtig grijze kleur en een ruw aandoend uiterlijk. Langs de voorrand zijn drie of vier zwarte vlekjes zichtbaar. De ringvlek is meestal klein en valt soms nauwelijks op. Van de smalle, vrij kromme niervlek is vooral de binnenste lob opvallend zwartachtig gekleurd; de rest van de niervlek is meer geelbruin van kleur. Kenmerkend zijn de witte puntjes langs de randen van de niervlek, die soms echter nauwelijks zichtbaar zijn. De vleugelzoom is opvallend donker gekleurd door de grijze zoom langs de buitenzijde van de lichte golflijn en de brede bruine, soms sterk getande afzetting aan de binnenzijde van de golflijn. De achtervleugel is wit of grijsachtig wit met een zwakke parelglans en een bruinachtig grijze franjelijn, waarvan de kleur zich ook langs de aders uitstrekt.

Gelijkende soorten

De gewone stofuil (Hoplodrina octogenaria), de egale stofuil (Hoplodrina blanda) en de zuidelijke stofuil (Hoplodrina ambigua) hebben geen zwarte vlekjes langs de voorrand van de voorvleugel en geen witte vlekjes naast de niervlek; bovendien is de vleugelzoom niet opvallend donker gekleurd. De zandstofuil (C. selini) heeft een egaler grijze voorvleugel met een donkere achterrand en een minder spitse vleugelpunt; de dwarsbanden zijn onopvallend. Zie ook de florida-uil (Spodoptera exigua), de moerasspirea-uil (Athetis pallustris), de vale stofuil (Athetis hospes), de grijze stofuil (H. respersa) en de kadeni-stofuil (C. kadenii).

Voorkomen

Vrij algemeen. Komt verspreid over het land voor; in de noordoostelijke provincies slechts af en toe een waarneming. RL: kwetsbaar.

Habitat

Graslanden, landbouwgebieden en tuinen.

Waardplanten

Diverse grassen en weegbree.

Vliegtijd en gedrag

Half april-half oktober in waarschijnlijk twee generaties; er zijn ook enkele waarnemingen bekend uit de wintermaanden. De vlinders komen zowel op licht als op smeer en bezoeken bloemen; ook binnenshuis aan te treffen.

Levenscyclus

Rups: juni-april. De soort overwintert als rups in een cocon in de grond en verpopt zich daarin in het voorjaar.

Laatste wijziging: 16 maart 2016


De kaartjes en diagrammen van de nachtvlinders op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen uit 'Noctua', het gegevensbestand van De Vlinderstichting en de Werkgroep Vlinderfaunistiek, dat is samengesteld uit waarnemingenbestanden van onder andere:

N.B. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op de betreffende locatie niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel is waargenomen, maar dat een ingevoerde waarneming nog niet is gevalideerd, of dat we van die plek (nog) geen waarnemingen voor Noctua ontvangen hebben.
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie P. Rooy
Foto: Henk van Woerden
Foto: Jacques Sentjens
 naar fotoalbum »


De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen