De VlinderstichtingVlindernet
Help de vlinders
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders
vorige  |  volgende
melkwitte zomervlinder  (Jodis lactearia)

De bleekgroene kleur van de melkwitte zomervlinder verbleekt vrij snel tot melkwit.

Familie

spanners (GEOMETRIDAE)
meer informatie over deze familie »


Deze soort is moeilijk tot zeer moeilijk te determineren. Let dus altijd goed op de gelijkende soorten. Soms is genitaliën-
onderzoek nodig voor een zekere determinatie.




Kenmerken

Voorvleugellengte: 11-13 mm. Verse vlinders hebben een bleekgroene kleur, die vrij snel verbleekt tot melkwit. De witte centrale dwarslijnen zijn vrij regelmatig waarbij de buitenste vrijwel recht verloopt. Doorgaans blijven deze lijnen duidelijk zichtbaar. Anders dan bij de andere zomervlinders bevindt zich op de achtervleugel behalve een buitenste ook een binnenste dwarslijn; soms is deze lijn onduidelijk. Het mannetje heeft fijn geveerde antennen; deze zijn relatief kort.

Gelijkende soorten

De dwarslijnen van de spaansgroene zomervlinder (J. putata) zijn enigszins gebogen, grillig en scherp getand. Niet-verse exemplaren van beide soorten, waarvan de dwarslijnen zijn vervaagd, kunnen soms echter moeilijk van elkaar onderscheiden worden. Het mannetje heeft iets breder geveerde antennen.
De smaragdgroene zomervlinder (Chlorissa viridata) is altijd donkerder van kleur, ook als de vlinder sterk afgevlogen is, en heeft op de achtervleugel nooit een tweede dwarslijn; bovendien zijn de antennen van het mannetje niet geveerd.
Andere witachtige spanners met een soortgelijk uiterlijk (zoals de Scopula- en Idaea-soorten) hebben altijd donkere dwarslijnen.

Klik hier voor gedetailleerde verschillen met illustraties tussen de beide Jodis-soorten.

Voorkomen

Vrij algemeen. Komt vooral voor in de duinen en op de zandgronden in het binnenland. RL: niet bedreigd.

Habitat

Open bossen en struwelen op heiden of graslanden; soms in tuinen ver weg van de gebruikelijke habitat.

Waardplanten

Berk, eik en bosbes.

Vliegtijd en gedrag

Half april-half augustus in één, soms twee generaties; de tweede generatie is partieel. De vlinders vliegen vooral bij het invallen van de schemering rond laag berkenstruweel of langs heggen. Ze komen in kleine aantallen op licht.

Levenscyclus

Rups: mei-oktober. De soort overwintert als kleine groene pop tussen bladeren.

Laatste wijziging: 4 november 2015


De kaartjes en diagrammen van de nachtvlinders op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen uit 'Noctua', het gegevensbestand van De Vlinderstichting en de Werkgroep Vlinderfaunistiek, dat is samengesteld uit waarnemingenbestanden van onder andere:

N.B. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op de betreffende locatie niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel is waargenomen, maar dat een ingevoerde waarneming nog niet is gevalideerd, of dat we van die plek (nog) geen waarnemingen voor Noctua ontvangen hebben.
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie Naturalis Biodiversity Center Leiden
Foto: Jeroen Voogd
Foto: Mirriam Arts
Tungelerwallen - 12 september 2011
 naar fotoalbum »


De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen