De VlinderstichtingVlindernet
Help de vlinders
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders
vorige  |  volgende
gestippelde oogspanner  (Cyclophora punctaria)

Om de gestippelde oogspanner te vinden kan men op lage eikentakken kloppen.

Familie

spanners (GEOMETRIDAE)
meer informatie over deze familie »


Let bij het determineren van deze soort altijd goed op de gelijkende soorten.




Kenmerken

Voorvleugellengte: 13-16 mm. Heeft geen oogjes op de voor- en achtervleugel. De grondkleur is licht bruinachtig geel waarbij de achtervleugel iets lichter is dan van de voorvleugel. Sommige exemplaren, vooral van de zomergeneratie, hebben midden op de voorvleugel een grote roodachtige blos. Dicht bij de binnenrandhoek, en soms halverwege het zoomveld, zijn soms min of meer vierkante roodachtig bruine vlekken te zien. Over de vleugels loopt een roodachtige middelste dwarslijn die schuin op de voorrand uitkomt onder een hoek kleiner dan 90°. De uit stippen bestaande buitenste dwarslijn heeft een golvend verloop en wijkt nabij de binnenrand van de vleugel uit richting de binnenrandhoek. In sommige gevallen is deze dwarslijn donkergrijs of zijn de vleugels sterk donkergrijs gespikkeld.

Gelijkende soorten

De zeer sterk gelijkende bruine oogspanner (C. quercimontaria) heeft doorgaans over de hele voorvleugel een rode tint; roodachtige vlekken in het zoomveld ontbreken altijd. De middelste dwarslijn buigt vlak bij de voorrand van de voorvleugel naar binnen en de gestippelde buitenste dwarslijn is regelmatig gebogen. De gele oogspanner (C. linearia) is niet gespikkeld. Zie ook de oranjerode oogspanner (C. puppillaria), de geelbruine oogspanner (C. ruficiliaria) en de eikenoogspanner (C. porata).
Door het ontbreken van de oogjes is verwarring mogelijk met sommige stipspanners (Idaea- en Scopula-soorten); bij deze soorten is de vleugelpunt echter meer afgerond.

Klik hier voor gedetailleerde verschillen met illustraties tussen enkele Cyclophora-soorten.

Voorkomen

Algemeen. Komt verspreid over het hele land voor. RL: niet bedreigd.

Habitat

Eikenbossen; van open laag eikenstruweel tot dichte volgroeide eikenopstanden.

Waardplanten

Eik en berk.

Vliegtijd en gedrag

Half april-eind augustus in twee generaties. De vlinders worden overdag soms rustend aangetroffen op de bladeren van de waardplant of van de ondergroei zoals adelaarsvaren; een goede zoekmethode is het kloppen op lage eikentakken. In het donker bezoeken ze bloemen, zoals die van sporkehout, of vliegen ze rond de boomkruinen van eiken. Ze komen goed op licht.

Levenscyclus

Rups: juni-juli en september. De soort overwintert als gordelpop aan een eikenblad.

Laatste wijziging: 4 november 2015


De kaartjes en diagrammen van de nachtvlinders op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen uit 'Noctua', het gegevensbestand van De Vlinderstichting en de Werkgroep Vlinderfaunistiek, dat is samengesteld uit waarnemingenbestanden van onder andere:

N.B. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op de betreffende locatie niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel is waargenomen, maar dat een ingevoerde waarneming nog niet is gevalideerd, of dat we van die plek (nog) geen waarnemingen voor Noctua ontvangen hebben.
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie Naturalis Biodiversity Center Leiden
Foto: Marian Schut
Veluwe - 25 juli 2012
Foto: Hans van Oosterhout
omgeving Hilversum: Boekesteyn
 naar fotoalbum »


De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen