De VlinderstichtingVlindernet
Help de vlinders
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders
vorige  |  volgende
oranjerode oogspanner  (Cyclophora puppillaria)

De oranjerode oogspanner is een zeldzame trekvlinder, die hier niet kan overwinteren.

Familie

spanners (GEOMETRIDAE)
meer informatie over deze familie »


Let bij het determineren van deze soort altijd goed op de gelijkende soorten.




Kenmerken

Voorvleugellengte: 12-15 mm. Een goed kenmerk om deze soort te onderscheiden van verwante soorten is de tamelijk effen grondkleur met een slechts geringe fijne bespikkeling. De vleugels zijn oranjeachtig bruin met een roze tint en elke vleugel heeft een donker omrand oogje. De voorvleugelpunt heeft een fijn sikkelpuntje. Daarin bevindt zich een miniem klein, maar opvallend zwart schuin streepje; dit detail is kenmerkend is voor deze oogspanner. De vleugeltekening is bijzonder variabel: zowel de gestippelde dwarslijnen, de purperachtig roodbruine middenschaduw als de oogjes variëren sterk in intensiteit en grootte.

Gelijkende soorten

De vlinders van de tweede generatie van de gele oogspanner (C. linearia) hebben eveneens vaak een roze tint en soms ook vrij vage dwarslijnen. De voorvleugel van de gele oogspanner loopt echter iets spitser toe en heeft een duidelijker sikkelpuntje waarin het piepkleine zwarte schuine streepje ontbreekt dat de oranjerode oogspanner wel heeft (hoewel de franjelijn van de gele oogspanner in sommige gevallen doorloopt tot in de vleugelpunt). De eikenoogspanner (C. porata) is veel grover gespikkeld en heeft gewoonlijk donkere vlekken bij de achterrand van de vleugels en stompere vleugelpunten. De gestippelde oogspanner (C. punctaria) mist de donker omrande oogjes.

Voorkomen

Zeer zeldzaam. Een trekvlinder uit Midden-Europa die verspreid over het land slechts af en toe wordt waargenomen.

Habitat

Vooral bosranden en warme, droge open landschappen.

Waardplanten

Eik.

Vliegtijd en gedrag

Kan van juni tot oktober worden aangetroffen. De meeste waarnemingen worden gedaan in het najaar en dan alleen in lichtvallen.

Levenscyclus

De rups heeft een voorkeur voor jonge loten en zit daarom het liefst op het blad aan het uiteinde van takken; overwintert als gordelpop aan een eikenblad. Er zijn geen rupsenvondsten bekend uit Nederland. De soort is niet in staat om hier te overwinteren.

Laatste wijziging: 4 november 2015


De kaartjes en diagrammen van de nachtvlinders op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen uit 'Noctua', het gegevensbestand van De Vlinderstichting en de Werkgroep Vlinderfaunistiek, dat is samengesteld uit waarnemingenbestanden van onder andere:

N.B. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op de betreffende locatie niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel is waargenomen, maar dat een ingevoerde waarneming nog niet is gevalideerd, of dat we van die plek (nog) geen waarnemingen voor Noctua ontvangen hebben.

De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen